ECLI:NL:RBNHO:2024:10687, Rechtbank Noord-Holland, 25-09-2024, HAA 23/3996 en HAA 23/3997 — RBNHO:2024:10687
Samenvatting
Het standpunt van het college dat sprake is van een intensivering van het recreatieve gebruik door de modernisering in 2015 berust op een onzorgvuldig onderzoek in de zin van artikel 3:2 van de Awb. Mede daaruit volgt dat het bestreden besluit een deugdelijke motivering in de zin van artikel 7:12 van de Awb ontbeert. Omdat de voorzieningenrechter tot de conclusie komt dat eiser voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het recreatief gebruik van de woning onveranderd is voortgezet en dat er geen intensivering van het recreatieve gebruik – dan wel door familie zelf dan wel door verhuur – heeft plaatsgevonden, kan eiser een geslaagd beroep doen op het overgangsrecht. Dat betekent dat er geen sprake is van een overtreding en dat het college in het bestreden besluit ten onrechte het handhavingsverzoek van derde-partij ten aanzien van het recreatieve gebruik van de woning heeft toegewezen. Het college was niet bevoegd om handhavend op te treden. De last onder dwangsom is daarom ten onrechte opgelegd
Betrokken advocaten
mr. D.A. Reus
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:9600, Rechtbank Den Haag, 14-05-2025, C/09/672802 / HA ZA 24-814
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2024:6004, Rechtbank Rotterdam, 28-06-2024, 10625191 CV EXPL 23-21045
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2024:3091, Rechtbank Den Haag, 06-03-2024, 21-3438
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:GHDHA:2023:1790, Gerechtshof Den Haag, 05-09-2023, 200.320.584/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
25 september 2024
Instantie
Rechtbank Noord-HollandRechtsgebied
Bestuursrecht; OmgevingsrechtZaaknummer
HAA 23/3996 en HAA 23/3997
Procedure
Voorlopige voorziening+bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2024:10687