Juristi.nl
ECLI:NL:RBNHO:2024:14223Bestuursrecht; Belastingrecht

ECLI:NL:RBNHO:2024:14223, Rechtbank Noord-Holland, 24-12-2024, HAA 22/3990 en 22/3991 — RBNHO:2024:14223

Samenvatting

Eiseres beheert en belegt in commercieel vastgoed. Ter financiering heeft zij leningen aangetrokken bij haar buitenlandse aandeelhouders tegen een rente van 8%. Verweerder stelt dat de rente die is overeengekomen voor deze leningen onzakelijk hoog is. In verband met de bovenmatige rentebetalingen legt verweerder naheffingsaanslagen dividendbelasting en vergrijpboetes op. De rechtbank wijst het beroep van verweerder op omkering en verzwaring van de bewijslast af. De rechtbank oordeelt dat de aandeelhoudersleningen zakelijke leningen zijn maar dat verweerder terecht stelt dat de hoogte van de rente onzakelijk is. Verweerder staat een zakelijke rente voor van 1,78% maar de rechtbank komt tot het oordeel dat een rente van 4,25% zakelijk is. Vervolgens beoordeelt de rechtbank of het deel van de rentebetalingen dat de zakelijke rente te boven gaat kwalificeert als verkapte dividenduitkeringen. De rechtbank acht de dubbele bewustheidseis ook van toepassing in het kader van de heffing van dividendbelasting en komt tot het oordeel dat aan deze eis is voldaan. De rechtbank concludeert dat sprake is van verkapte dividenduitkeringen. Eiseres stelt zich op het standpunt dat twee aandeelhouders niet als opbrengstgerechtigde kunnen worden aangemerkt omdat de leningen toegerekend moeten worden aan de achterliggende pensioendeelnemers en polishouders. De rechtbank gaat daar niet in mee. Eiseres maakt aanspraak op een toezegging opgenomen in het Verrekenprijsbesluit 2013 voor ‘scondary adjustments’. De rechtbank is van oordeel dat eiseres niet in de op haar rustende bewijslast is geslaagd om aannemelijk te maken dat sprake is van een verschil in belastingsystemen dat ertoe leidt dat voor de aandeelhouders in het buitenland geen verrekening van dividendbelasting mogelijk is. De rechtbank vernietigt de vergrijpboetes omdat verweerder tegenover de gemotiveerde betwisting van eiseres onvoldoende bewijs heeft geleverd van de aanwezigheid van opzet of grove schuld. Daarbij neemt de rechtbank in haar overweging mee dat transfer-pricing problematiek complex is en dat eiseres transfer-pricing documentatie heeft opgesteld en benchmarkanalyses heeft laten uitvoeren.

Betrokken advocaten

mr. M.L. Veldhuijzen

eiser

Dentons Europe, AMSTERDAM

mr. H.C. Reinoud

eiser

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

24 december 2024

Zaaknummer

HAA 22/3990 en 22/3991

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:RBNHO:2024:14223

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBNHO:2026:3196
Rechtbank Noord-Holland·25 mrt 2026
Bestuursrecht; Belastingrecht
RBNHO:2026:2308
Rechtbank Noord-Holland·4 mrt 2026
Bestuursrecht; Belastingrecht
RBNHO:2026:2306
Rechtbank Noord-Holland·3 mrt 2026
Bestuursrecht; Belastingrecht
RBNHO:2026:2304
Rechtbank Noord-Holland·3 mrt 2026
Bestuursrecht; Belastingrecht
RBNHO:2026:2309
Rechtbank Noord-Holland·3 mrt 2026
Bestuursrecht; Belastingrecht