ECLI:NL:RBNHO:2024:5226, Rechtbank Noord-Holland, 15-05-2024, C/15/344699 / HA ZA 23-560 — RBNHO:2024:5226
Samenvatting
In deze zaak vordert eiser als aannemer betaling van een vergoeding omdat gedaagde een overeenkomst tot aanneming van werk eenzijdig heeft opgezegd (artikel 7:764 Burgerlijk Wetboek [BW]). Gedaagde betwist dat er een overeenkomst was gesloten. Hij stelt dat partijen nog in onderhandeling waren. De rechtbank oordeelt dat er een overeenkomst tot stand is gekomen doordat gedaagde de offerte van eiser voor akkoord heeft ondertekend. Gedaagde heeft die overeenkomst opgezegd. Eiser heeft daarom recht op betaling van de overeengekomen prijs minus de besparingen doordat de overeenkomst niet doorgaat (artikel 7:764 lid 2 BW). De rechtbank wijst een tussenvonnis omdat eiser nog nadere informatie/onderbouwing moet geven hoe hij tot zijn vordering komt.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNHO:2025:13142, Rechtbank Noord-Holland, 17-07-2025, 11368391 \ CV EXPL 24-2847
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBGEL:2025:4784, Rechtbank Gelderland, 18-06-2025, C/05/422582 / HA ZA 23-328
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:4063, Rechtbank Amsterdam, 04-06-2025, C/13/760263 / HA ZA 24-1310
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:GHAMS:2024:1062, Gerechtshof Amsterdam, 23-04-2024, 200.322.853/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
15 mei 2024
Instantie
Rechtbank Noord-HollandRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
C/15/344699 / HA ZA 23-560
Procedure
Tussenuitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2024:5226