ECLI:NL:RBNHO:2025:10921, Rechtbank Noord-Holland, 24-09-2025, 343765 / HA ZA 23-489 — RBNHO:2025:10921
Samenvatting
De rechtsverhouding tussen aannemer en projectontwikkelaar bevat niet de essentialia van een aannemingsovereenkomst. De vorderingen van de aannemer op grond van onvoorziene prijsverhogingen en meerwerk worden daarom niet beoordeeld aan de hand van de wettelijke bepalingen over aanneming van werk. Alleen de vordering van meerkosten wegens onvolkomenheden in het ontwerp wordt toegewezen.
Betrokken advocaten
Lexman Advocaten, ZWOLLE
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBOVE:2024:296, Rechtbank Overijssel, 15-01-2024, C/08/305104 / KG ZA 23-241
Rechtbank Overijssel · Civiel Recht
ECLI:NL:RBOVE:2023:4615, Rechtbank Overijssel, 08-11-2023, C/08/300373 / HA ZA 23-281
Rechtbank Overijssel · Civiel Recht
ECLI:NL:RBLIM:2022:2864, Rechtbank Limburg, 12-04-2022, C/03/302982 / KG ZA 22-90
Rechtbank Limburg · Civiel Recht
ECLI:NL:RBGEL:2022:1688, Rechtbank Gelderland, 06-04-2022, C/05/384158 / HA ZA 21-106
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
24 september 2025
Instantie
Rechtbank Noord-HollandRechtsgebied
Civiel Recht; VerbintenissenrechtZaaknummer
343765 / HA ZA 23-489
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2025:10921