ECLI:NL:RBNHO:2025:11971, Rechtbank Noord-Holland, 23-10-2025, 368220 — RBNHO:2025:11971
Samenvatting
VV: geschil tussen echtgenoten over de verkoop van door hen gezamenlijk gehouden onroerend goed vooruitlopend op de bodemprocedure van het verzoek tot echtscheiding. De man vordert veroordeling van de vrouw aan medewerking verkoop van het onroerend goed en terugbetaling van een bedrag aan gemeenschappelijk (spaar)geld, zodat hij een belastingschuld in de Verenigde Staten kan voldoen. De voorzieningenrechter is van voorlopig oordeel dat, na aftrek van een binnenkort in Nederland te verwachten belastingteruggave, het restant van de belastingschuld uit de verkoopopbrengst van één van de twee onroerende zaken kan worden betaald. Hij bepaalt dat de vrouw tot 1 maart 2026 de tijd krijgt om een plan van huisvesting en haar financieringscapaciteit inzichtelijk te maken en uitsluitsel te geven welke van de twee onroerende zaken zij toebedeeld wil krijgen. Partijen zullen elkaar over een weer informatie moeten verstrekken. De voorwaarden waaronder een en ander plaatsvindt wordt in het vonnis verder uitgewerkt. De vordering van de man tot het verstrekken van afschriften van alle bank-/spaar en beleggingsrekeningen van de vrouw vanaf 2019 tot heden wordt toegewezen. Datzelfde geldt voor de vordering van de vrouw om maandelijks een bijdrage aan haar en de jongste zoon te voldoen.
Betrokken advocaten
mr. I. van der Bijl
gedaagde
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNHO:2025:15042, Rechtbank Noord-Holland, 18-12-2025, C/15/356084 / FA RK 24-4307
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Zorgverlener krijgt geen betaling na zelf stoppen met zorg
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBNHO:2024:5289, Rechtbank Noord-Holland, 30-05-2024, C/15/351661 / KG ZA 24-199
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBNHO:2022:10266, Rechtbank Noord-Holland, 22-11-2022, C/15/332515 / KG ZA 22-508
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
23 oktober 2025
Instantie
Rechtbank Noord-HollandRechtsgebied
Civiel Recht; VerbintenissenrechtZaaknummer
368220
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2025:11971