ECLI:NL:RBNHO:2025:12839, Rechtbank Noord-Holland, 20-10-2025, 24-1137 — RBNHO:2025:12839
Samenvatting
Het beroep van eiseres gericht tegen de aan vergunninghouder verleende vergunning op grond van de Wet natuurbescherming voor het uitbreiden van de dieraantallen binnen de bestaande stallen en het beweiden van de koeien, is gegrond. Dit omdat verweerder heeft erkend dat de motivering van het zogeheten additionaliteitsvereiste in het bestreden besluit niet aan de vereisten voldoet die recente jurisprudentie daaraan stelt. Andere beroepsgronden slagen niet. De rechtbank is van oordeel dat verweerder bij het vaststellen van de referentiesituatie terecht is uitgegaan van de melding op grond van het Activiteitenbesluit en niet van de door eiseres genoemde Hinderwetvergunning. Verweerder heeft de omvang van het aantal dieren op grond van die Hinderwetvergunning juist geïnterpreteerd en eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat deze Hinderwetvergunning gedeeltelijk is komen te vervallen, zodat daarmee eventueel de laagst toegestane emissie is gegeven.
Betrokken advocaten
mr. S.R. van Uffelen
eiser
mr. M. Schraper
eiser
mr. C. van Duivenbode
eiser
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNNE:2025:5206, Rechtbank Noord-Nederland, 04-12-2025, LEE 24/2899
Rechtbank Noord-Nederland · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RBNHO:2025:12740, Rechtbank Noord-Holland, 27-10-2025, 24-1334
Rechtbank Noord-Holland · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBOVE:2025:6025, Rechtbank Overijssel, 13-10-2025, ak_24_1228
Rechtbank Overijssel · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
ECLI:NL:RBLIM:2025:6290, Rechtbank Limburg, 02-07-2025, ROE 22/1360, ROE 22/1361, ROE 22/1362
Rechtbank Limburg · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
20 oktober 2025
Instantie
Rechtbank Noord-HollandRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
24-1137
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2025:12839