ECLI:NL:RBNHO:2025:13526, Rechtbank Noord-Holland, 19-11-2025, C/15/340627 / HA ZA 23-327 — RBNHO:2025:13526
Samenvatting
Het gaat in deze zaak onder meer nog over de vraag of de onroerende zaak, die in de nalatenschap valt, op grond van de aanbiedingsplicht aan eiser in eigendom moet worden overgedragen. De rechtbank oordeelt in dit eindvonnis dat de daartoe strekkende vordering van eiser niet toewijsbaar is. Dit geldt ook voor de vorderingen van gedaagde sub 2 die gaan over de betaling van de schulden van de nalatenschap en de verdeling van de nalatenschap.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHARL:2025:8085, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16-12-2025, 200.343.630/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
ECLI:NL:GHSHE:2024:2628, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 20-08-2024, 200.318.441_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:GHAMS:2024:1307, Gerechtshof Amsterdam, 14-05-2024, 200.304.049/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBNHO:2023:7476, Rechtbank Noord-Holland, 19-07-2023, C/15/330339/ HA ZA 22-451
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
19 november 2025
Instantie
Rechtbank Noord-HollandRechtsgebied
Civiel Recht; Personen- En FamilierechtZaaknummer
C/15/340627 / HA ZA 23-327
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2025:13526