ECLI:NL:RBNHO:2025:13589, Rechtbank Noord-Holland, 05-11-2025, C/15/370260 / FA RK 25-5019 — RBNHO:2025:13589
Samenvatting
Gezagsbeëindiging van de moeder, benoeming van de GI tot voogd en toepassing van IPR door de meervoudige kamer. Alleen de moeder heeft op grond van het Surinaamse recht gezag over de minderjarige. De moeder is niet betrokken bij het leven van de minderjarige en daarom niet in staat om adequaat beslissingen te nemen in het belang van de minderjarige. De GI is in staat om adequaat en passend aan te sluiten bij de belangen van de minderjarige, en moet daarom worden belast met de voogdij. Bij de uitvoering van de voogdij moet er aandacht zijn voor de mogelijkheid om de voogdij op termijn over te dragen aan de pleegmoeder, bij wie de minderjarige vrijwel haar hele leven heeft gewoond.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHDHA:2022:2334, Gerechtshof Den Haag, 23-11-2022, 2200254021
Gerechtshof Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:GHDHA:2022:2252, Gerechtshof Den Haag, 14-11-2022, 2200161620
Gerechtshof Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:RBDHA:2018:3498, Rechtbank Den Haag, 28-03-2018, 09/827401-17
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:RBDHA:2018:2285, Rechtbank Den Haag, 27-02-2018, 09/842112-17
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
5 november 2025
Instantie
Rechtbank Noord-HollandRechtsgebied
Civiel Recht; Personen- En FamilierechtZaaknummer
C/15/370260 / FA RK 25-5019
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2025:13589