Man vrijgesproken van poging doodslag, wel veroordeeld voor steekincident — RBNHO:2026:1557
poging tot doodslag / poging tot zware mishandeling / steekincident
Eiser / verzoeker
Officier van justitie (Openbaar Ministerie)
Verweerder / gedaagde
Verdachte
De verdachte werd vrijgesproken van poging tot doodslag (primair) en veroordeeld voor poging tot zware mishandeling (subsidiair) tot een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest van zeven maanden.
- Vrijspraak van poging tot doodslag wegens onvoldoende bewijs voor (voorwaardelijk) opzet op de dood
- Veroordeling voor poging tot zware mishandeling: steken met mes in borstkas levert aanmerkelijke kans op zwaar letsel op
- Straf gelijk aan voorarrest (zeven maanden) vanwege blanco strafblad en beperkte recidiverisico
- Geen contact- en locatieverbod opgelegd wegens gebrek aan concrete aanwijzingen voor herhaling
Samenvatting
Een 48-jarige man uit Alkmaar stond op 4 februari 2026 terecht voor de rechtbank Noord-Holland wegens een steekincident op 9 juli 2025 in Alkmaar. De verdachte zou met een mes hebben ingestoken op een ander man, waarbij het slachtoffer een verwonding aan de rechterkant van zijn borstkas opliep.
Het Openbaar Ministerie eiste veroordeling voor poging tot doodslag: de zwaarste aanklacht. De officier van justitie stelde dat de verdachte bewust de kans had aanvaard dat het slachtoffer zou overlijden. De verdachte zelf verklaarde dat hij slechts een zwaaiende beweging had gemaakt met het mes, maar de rechtbank achtte dit verhaal niet geloofwaardig. Op basis van de aangifte en een getuigenverklaring stelde de rechtbank vast dat de verdachte daadwerkelijk eenmalig in de borstkas had gestoken.
De centrale vraag was of dit steken kon worden gekwalificeerd als poging tot doodslag of als poging tot zware mishandeling. Voor doodslag is vereist dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het slachtoffer zou sterven. De rechtbank oordeelde dat het dossier daarvoor onvoldoende aanknopingspunten bevatte. De verwonding bleek oppervlakkig en de kracht waarmee was gestoken, moest daarom beperkt zijn geweest. Dat leverde onvoldoende bewijs op voor dodingsopzet, ook niet in de voorwaardelijke vorm.
Wel achtte de rechtbank bewezen dat de verdachte opzettelijk zwaar lichamelijk letsel had willen toebrengen. Het steken met een mes in de borstkas, een kwetsbaar deel van het lichaam, levert naar algemene ervaringsregels een aanmerkelijke kans op zwaar letsel op. De verdachte werd dan ook vrijgesproken van poging tot doodslag, maar veroordeeld voor poging tot zware mishandeling.
Bij het bepalen van de straf hield de rechtbank rekening met de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Het incident vond overdag op straat plaats, wat gevoelens van onveiligheid in de samenleving versterkte. Het slachtoffer kampt nog altijd met psychische klachten, zoals angst en slaapproblemen, zo bleek uit de slachtofferverklaring. Tegelijkertijd is de verdachte niet eerder veroordeeld en bleek uit het reclasseringsrapport dat er geen problemen zijn op relevante leefgebieden en geen aanleiding voor reclasseringstoezicht.
De officier van justitie had een gevangenisstraf van 30 maanden geëist, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, én een contact- en locatieverbod. De verdediging pleitte voor een straf gelijk aan het voorarrest. De rechtbank volgde de verdediging op dit punt: de verdachte had al zeven maanden in voorarrest gezeten, wat overeenkomt met het gebruikelijke strafniveau voor dit soort feiten. De rechtbank legde een gevangenisstraf op gelijk aan de duur van het voorarrest. Het gevorderde contact- en locatieverbod werd niet opgelegd, omdat er geen concrete aanwijzingen zijn dat de verdachte opnieuw in de fout zal gaan.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNHO:2026:1095, Rechtbank Noord-Holland, 05-02-2026, 15/253696-23
Rechtbank Noord-Holland · Strafrecht
ECLI:NL:RBNHO:2026:1071, Rechtbank Noord-Holland, 05-02-2026, 15/400667-24
Rechtbank Noord-Holland · Strafrecht
ECLI:NL:RBNHO:2026:65, Rechtbank Noord-Holland, 06-01-2026, 15/120999-25
Rechtbank Noord-Holland · Strafrecht
ECLI:NL:RBNHO:2025:15250, Rechtbank Noord-Holland, 24-12-2025, 15/273122-25
Rechtbank Noord-Holland · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
18 februari 2026
Instantie
Rechtbank Noord-HollandRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
15/210721-25
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:1557