Juristi.nl
ECLI:NL:RBNHO:2026:1628Civiel Recht; Verbintenissenrecht

Kozijnbedrijf krijgt deels gelijk in betaaldispuut — RBNHO:2026:1628

aanneming van werk / kozijnvervanging / opschorting betaling en schadevergoeding

Eiser / verzoeker

Kozijnformule B.V.

VS

Verweerder / gedaagde

[gedaagde 1] en [gedaagde 2]

Kozijnformule krijgt 10.000 euro direct toegewezen; de overige 2.598,52 euro wordt pas opeisbaar na voltooiing van de resterende werkzaamheden, en de tegenvordering tot schadevergoeding van het echtpaar wordt afgewezen.

  • Gedeeltelijke opschorting van betaling was gerechtvaardigd vanwege niet volledig afgeronde werkzaamheden (compriband, sloten, dorpels), maar niet voor het volledige factuurbedrag
  • Schade aan metselwerk tijdens demontage valt binnen het contractueel voorziene risico: Kozijnformule had vooraf gewaarschuwd en de offerte sloot metselwerk expliciet uit
  • Niet aangetoond dat werkzaamheden roekeloos of onzorgvuldig zijn uitgevoerd, zodat Kozijnformule niet aansprakelijk is voor de herstelkosten
  • Tegenvordering tot schadevergoeding van ruim 12.000 euro volledig afgewezen

Samenvatting

Een Haarlems bedrijf dat kozijnen vervangt, Kozijnformule B.V., stapte naar de rechter omdat een klantenechtpaar een factuur van ruim twaalfduizend euro onbetaald had gelaten. Het ging om de vervanging van buitenkozijnen van hun woning, waarvoor de totale aanneemsom bijna 52.000 euro bedroeg. De derde en laatste termijnfactuur bleef onbetaald na een conflict over schade en niet afgemaakt werk.

Het stel weigerde te betalen om twee redenen. Ten eerste stelden zij dat Kozijnformule de werkzaamheden niet volledig had afgerond: zo zou op diverse kozijnen nog compriband (afdichtingsmateriaal) ontbreken, waren niet alle sloten en cilinders aangebracht en waren hardstenen dorpels onder de erker nog niet geplaatst. Ten tweede beweerden zij dat het bedrijf tijdens de uitvoering, specifiek bij het verwijderen van kozijnen aan de achtergevel op 7 december 2024, schade had veroorzaakt aan het metselwerk van hun woning. Die schade hadden zij door een derde laten herstellen voor ruim 12.000 euro.

De kantonrechter in Haarlem oordeelde dat het klantenechtpaar gedeeltelijk gelijk had wat betreft het onafgemaakte werk. Kozijnformule erkende zelf ook dat de afwerking niet volledig was voltooid, wat het recht gaf om de betaling tijdelijk op te schorten. Maar die opschorting mocht niet voor het volledige factuurbedrag gelden: de rechter schatte de kosten van het resterende werk op 2.598,52 euro. Alleen tot dat bedrag was de opschorting gerechtvaardigd. Voor de overige 10.000 euro bestond geen grond om betaling uit te stellen.

Het tweede argument, de schade aan het metselwerk, werd door de rechter van tafel geveegd. Kozijnformule had bij de plaatsopneming in oktober 2024 al gewaarschuwd dat het metselwerk in slechte staat verkeerde en dat de kozijnen een dragende functie hadden, waardoor bij demontage stenen los konden komen. Die waarschuwing was ook verwerkt in de offerte: die vermeldde uitdrukkelijk dat metselwerk en binnenafwerking buiten de opdracht vielen. Het klantenechtpaar had die offerte dezelfde dag nog geaccepteerd. De kantonrechter oordeelde dat daarmee het risico van dergelijke schade contractueel bij de opdrachtgevers was gelegd.

Bovendien had het stel onvoldoende aangetoond dat de werkzaamheden roekeloos of onzorgvuldig waren uitgevoerd. De verklaring van hun eigen timmerman, die aanwezig was bij het slopen, bevestigde weliswaar dát er schade was ontstaan, maar niet dat dit door een grove fout van Kozijnformule kwam. De schade viel binnen het voorziene risico waarvoor het bedrijf had gewaarschuwd.

De rechter wees de vordering van Kozijnformule dan ook grotendeels toe: het echtpaar moet 10.000 euro direct betalen, vermeerderd met rente en proceskosten. Het resterende bedrag van 2.598,52 euro wordt opeisbaar zodra Kozijnformule de laatste puntjes op de i heeft gezet en de afwerking heeft voltooid. Kozijnformule had ter zitting al aangegeven bereid te zijn het werk af te maken. De tegenvordering van het echtpaar voor schadevergoeding van 12.100 euro werd volledig afgewezen.

Betrokken advocaten

mr. R.J. Oost

eisende partij in conventie

mr. D. Swildens

gedaagde partijen in conventie

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

4 maart 2026

Zaaknummer

11833860

Procedure

Bodemzaak

ECLI

ECLI:NL:RBNHO:2026:1628

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Swapfiets krijgt minder dan gevorderd door oneerlijke voorwaarden
Rechtbank Noord-Holland·1 apr 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht
RBNHO:2026:2705
Rechtbank Noord-Holland·25 mrt 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht
RBNHO:2026:2991
Rechtbank Noord-Holland·20 mrt 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht
RBNHO:2026:2663
Rechtbank Noord-Holland·18 mrt 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht
RBNHO:2026:2587
Rechtbank Noord-Holland·18 mrt 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht