Juristi.nl
ECLI:NL:RBNHO:2026:1752Civiel Recht; Verbintenissenrecht

Man moet medewerking verlenen aan overdracht echtelijke woning — RBNHO:2026:1752

verdeling echtelijke woning na echtscheiding / nakoming convenant

Eiser / verzoeker

de vrouw

VS

Verweerder / gedaagde

de man

De voorzieningenrechter veroordeelde de man mee te werken aan overdracht van de woning aan de vrouw en wees alle reconventionele vorderingen van de man af.

  • Verdeling echtelijke woning na scheiding in 2015 bleef decennialang geblokkeerd door wederzijdse hoofdelijke aansprakelijkheden
  • Gerechtshof Amsterdam oordeelde in 2020 al dat partijen elkaar over en weer blokkeerden en van de vrouw geen verkoop aan derde kon worden verlangd
  • Na aflossing van het flexibel krediet in augustus 2025 vorderde de vrouw alsnog overdracht van de woning aan haar
  • De man betoogde dat de opschortende voorwaarde (ontslag hypotheek vóór 1 januari 2017) niet was vervuld en de woning aan een derde verkocht moest worden
  • Voorzieningenrechter wees vordering van de vrouw toe en verwierp vorderingen van de man, waaronder gebruiksvergoeding en box 3-compensatie

Samenvatting

Een stel dat in 1997 trouwde en in 2015 scheidde, streed tien jaar later nog altijd over de verdeling van hun voormalige echtelijke woning in Noord-Holland. De rechtbank Noord-Holland deed op 10 februari 2026 uitspraak in een kort geding dat beide partijen tegen elkaar hadden aangespannen.

Bij de scheiding in 2015 was afgesproken dat de woning aan de vrouw zou toekomen. Ze had tot 1 januari 2017 de tijd om de man te laten ontslaan uit zijn hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheek. Lukte dat niet, dan zou de woning aan een derde worden verkocht. De complicatie: de man had ook een flexibel krediet van 40.000 euro bij ABN Amro, waarvoor beiden hoofdelijk aansprakelijk waren. De man zou dit aflossen en de vrouw vrijwaren. Door de BKR-registratie van dit krediet kon de vrouw geen nieuwe financiering krijgen, waardoor ze de man ook niet uit de hypotheek kon laten ontslaan.

In 2020 oordeelde het gerechtshof Amsterdam al dat beide partijen elkaar over en weer blokkeerden en dat van de vrouw niet verlangd kon worden de woning te verkopen zolang de man zijn eigen verplichtingen niet was nagekomen. Het flexibel krediet werd uiteindelijk pas op 4 augustus 2025 volledig afgelost.

Nu de schuld eindelijk was voldaan, stapten beide partijen opnieuw naar de rechter. De vrouw eiste dat de man meewerkte aan overdracht van de woning aan haar, conform de oorspronkelijke afspraak. De man stelde juist dat de opschortende voorwaarde — ontslag uit de hypotheek vóór 1 januari 2017 — nooit was vervuld, en dat de woning daarom aan een derde verkocht moest worden. Daarnaast vorderde de man een gebruiksvergoeding van ruim 12.000 euro over de afgelopen vijf jaar, omdat hij als mede-eigenaar niets aan de woning had gehad terwijl de vrouw er woonde.

De voorzieningenrechter wees de vordering van de vrouw toe. De rechtbank oordeelde dat de afspraken in de echtscheidingsbeschikking weliswaar een termijn kenden, maar dat de bedoeling van partijen duidelijk was: de woning was bestemd voor de vrouw. De vertraging was grotendeels te wijten aan het feit dat de man het flexibel krediet jarenlang niet had afgelost, waardoor de vrouw geblokkeerd was. Nu die belemmering was weggevallen, moest de man meewerken aan overdracht van de woning aan de vrouw.

De reconventionele vordering van de man — verkoop aan een derde — werd afgewezen. Ook zijn vordering voor een gebruiksvergoeding over de afgelopen jaren strandde. De rechtbank overwoog dat de vrouw op grond van de afspraken uit 2015 alle woonlasten voor haar rekening nam, en dat een aanvullende gebruiksvergoeding in dit geval niet op zijn plaats was. De subsidiaire vordering over box 3-belasting werd eveneens afgewezen.

De man werd veroordeeld binnen twee dagen na betekening van het vonnis mee te werken aan het passeren van de notariële akte. Als hij dat weigert, treedt het vonnis in de plaats van zijn wilsverklaring. Bij iedere dag dat hij in gebreke blijft, verbeurt hij een dwangsom van 1.000 euro. De man werd ook veroordeeld in de proceskosten.

Betrokken advocaten

mr. R.M. Vessies

eisende partij in conventie

Willemse & Van Poorten, HAARLEM

mr. B. Kochheim-Bossink

gedaagde partij in conventie

Kochheim & Coppes, advocaten en mediators, AERDENHOUT

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

10 februari 2026

Zaaknummer

C/15/372738

Procedure

Kort geding

ECLI

ECLI:NL:RBNHO:2026:1752

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Swapfiets krijgt minder dan gevorderd door oneerlijke voorwaarden
Rechtbank Noord-Holland·1 apr 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht
RBNHO:2026:2705
Rechtbank Noord-Holland·25 mrt 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht
RBNHO:2026:2991
Rechtbank Noord-Holland·20 mrt 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht
RBNHO:2026:2663
Rechtbank Noord-Holland·18 mrt 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht
RBNHO:2026:2587
Rechtbank Noord-Holland·18 mrt 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht