ECLI:NL:RBNHO:2026:2036, Rechtbank Noord-Holland, 23-02-2026, AWB - 21 _ 3541 — RBNHO:2026:2036
Samenvatting
Omzetbelasting. In geschil is of eiseres terecht omzetbelasting heeft voldaan ter zake van de dienstverlening aan het Pensioenfonds. Daarbij gaat het primair om de vraag of het Pensioenfonds voor het geheel van de door haar uitgevoerde regelingen kan worden aangemerkt als gemeenschappelijk beleggingsfonds als bedoeld in artikel 11, eerste lid, letter i, onder 3, van de Wet op de omzetbelasting 1968 (de vrijstelling). Partijen verschillen niet van mening dat in de opbouwfase de deelnemers een zodanig beleggingsrisico lopen dat het beheer van het vermogen in die fase onder de vrijstelling zou kunnen worden gerangschikt. Het geschil spitst zich toe op de vraag of onderscheid moet worden gemaakt tussen het beheer van vermogen in de opbouwfase en het beheer van vermogen in de uitkeringsfase, of het beheer van het vermogen in de uitkeringsfase onder de vrijstelling kan worden gerangschikt en of de vrijstelling gedeeltelijk kan worden toegepast voor zover de vergoeding die aan het Pensioenfonds in rekening is gebracht betrekking heeft op de opbouwfase..
Betrokken advocaten
mr. E.M. van Kasteren
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNHO:2026:2037, Rechtbank Noord-Holland, 23-02-2026, AWB - 21 _ 34
Rechtbank Noord-Holland · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RBNHO:2026:2034, Rechtbank Noord-Holland, 23-02-2026, AWB - 20 _ 2729
Rechtbank Noord-Holland · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:21520, Rechtbank Den Haag, 04-11-2025, SGR 23/5384 en SGR 23/5385
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RBNHO:2024:9007, Rechtbank Noord-Holland, 06-06-2024, AWB - 22 _ 2361
Rechtbank Noord-Holland · Bestuursrecht; Belastingrecht
Gegevens
Datum uitspraak
23 februari 2026
Instantie
Rechtbank Noord-HollandRechtsgebied
Bestuursrecht; BelastingrechtZaaknummer
AWB - 21 _ 3541
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:2036