Juristi.nl
ECLI:NL:RBNHO:2026:2320Bestuursrecht; Omgevingsrecht

ECLI:NL:RBNHO:2026:2320, Rechtbank Noord-Holland, 06-03-2026, 25/1817 — RBNHO:2026:2320

Samenvatting

Naar het oordeel van de rechtbank zijn er geen concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van de welstandsadviezen, de begrijpelijkheid van de in de welstandsadviezen gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop. In de welstandadviezen wordt begrijpelijk en inzichtelijk gemotiveerd waarom het isoleren aan de buitenzijde vanwege het wijzigen van het gevelbeeld van het orde 2-pand dat deel uitmaakt van een beschermd stadsgezicht geen optie is. Het betoog van eiseres dat de afwerking van de isolatiewand met gips in plaats van kunstharsstucwerk geen visuele schade aan het gevelbeeld zal veroorzaken, wordt blijkens de welstandadviezen om begrijpelijke redenen niet gedeeld door de AOK en leidt dan ook niet tot het oordeel dat het college zich bij het bestreden besluit niet op voornoemde welstandsadviezen heeft mogen baseren. Het betoog van eiseres dat het college het ‘gipsalternatief’ heeft afgewezen zonder te motiveren waarom dit niet aan de welstandseisen zou voldoen, wordt gelet op de uitgebrachte welstandsadviezen verworpen. Tussenconclusie is derhalve dat het college zich op grond van de uitgebrachte welstandsadviezen in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de door eiseres voorgestane werkzaamheden in strijd zijn met de redelijke eisen van welstand. Vervolgens ligt de vraag voor of het college ondanks dat de isolatiewerkzaamheden aan de buitenzijde in strijd zijn met de redelijke eisen van welstand de omgevingsvergunning had dienen te verlenen. Daartoe is het college bevoegd op grond van artikel 22.29, tweede lid, aanhef en onder b, van het Omgevingsplan gemeente Haarlem. Voor de beoordeling van deze grief is vooreerst van belang dat meermaals in de welstandsadviezen is aangegeven dat de woning van binnenuit kan worden geïsoleerd waarbij is opgemerkt dat isoleren aan de binnenzijde gebruikelijk is bij panden met een bescherming en dat er vele ontwerp- en detailleringsoplossingen voorhanden zijn waarbij ter zake ook nadere informatie is gegeven. Er is dus een alternatief voorhanden om een einde te maken aan de gestelde vochtproblemen en koude. Het betoog van eiseres dat het van binnenuit isoleren een voor haar belastende en dure maatregel is, is niet onbegrijpelijk maar het college heeft in redelijkheid geen aanleiding kunnen zien om het financiële belang van eiseres zwaarder te laten wegen dan het belang van het behoud van de architectonische kwaliteit van de woning in haar bestaande vorm, zoals hiervoor besproken. Naar de rechtbank heeft begrepen betwist het college in essentie niet dat in zijn algemeenheid het isoleren van een woning aan de buitenzijde de voorkeur verdient maar dat ligt blijkens de welstandsadviezen - uit de aard der zaak - anders als het gaat om de woning die deel uitmaakt van een beschermd stadsgezicht.

Betrokken advocaten

mr. Z. Aygünes

eiser

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

6 maart 2026

Zaaknummer

25/1817

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBNHO:2026:2320

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBNHO:2026:3064
Rechtbank Noord-Holland·24 mrt 2026
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
RBNHO:2026:3109
Rechtbank Noord-Holland·17 mrt 2026
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
RBNHO:2026:2612
Rechtbank Noord-Holland·12 mrt 2026
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
RBNHO:2026:3376
Rechtbank Noord-Holland·12 mrt 2026
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
RBNHO:2026:2711
Rechtbank Noord-Holland·5 mrt 2026
Bestuursrecht; Omgevingsrecht