ECLI:NL:RBNHO:2026:2394, Rechtbank Noord-Holland, 13-03-2026, 25/1235 — RBNHO:2026:2394
Samenvatting
De rechtbank komt in deze uitspraak aan een beoordeling van de beslissing op bezwaar en de beroepsgronden van eiser niet toe. Dat komt omdat de rechtbank heeft vastgesteld dat over voornoemd verzoek om schadevergoeding reeds een volledige procedure is doorlopen die is geëindigd met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 17 juli 2024. Dit heeft verweerder bij de brief van 10 oktober 2024 en de beslissing op bezwaar van 10 januari 2025 ten onrechte niet onderkend. Het beroep is daarom wel gegrond.
Betrokken advocaten
mr. M.A.N. van de Kerkhof
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:24057, Rechtbank Den Haag, 16-12-2025, SGR 25/1332
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:7520, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 06-11-2025, 24/1029
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:7521, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 06-11-2025, 24/5441
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:23673, Rechtbank Den Haag, 04-11-2025, 25/2255
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
13 maart 2026
Instantie
Rechtbank Noord-HollandRechtsgebied
Bestuursrecht; BestuursprocesrechtZaaknummer
25/1235
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:2394