ECLI:NL:RBNHO:2026:2402, Rechtbank Noord-Holland, 18-02-2026, 11802687 — RBNHO:2026:2402
Samenvatting
Partijen stellen over en weer tekortkomingen van de ander in de nakoming van de huurovereenkomst en willen dat de huurovereenkomst wordt ontbonden. Op basis van het feitelijk handelen van partijen stelt de kantonrechter echter vast dat de huurovereenkomst op 12 juni 2025 al tot een einde is gekomen. Partijen hebben daarom geen belang bij de gevorderde ontbinding. In deze procedure is verder vast komen te staan dat huurder een deel van de huur niet heeft betaald. De door huurder gevorderde terugbetaling van de waarborgsom wordt afgewezen, omdat deze vordering door verrekening met de huurachterstand teniet is gegaan. De tegenvordering van verhuurder tot betaling van de huurachterstand wordt toegewezen tot het bedrag dat na verrekening resteert. De overige vorderingen van partijen worden afgewezen.
Betrokken advocaten
mr. T. Novakovic
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
Amsterdamse taxichauffeur moet €5.550 dwangsom betalen voor rijden zonder vergunning
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBMNE:2026:1037, Rechtbank Midden-Nederland, 18-03-2026, 16/264227-24
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
ECLI:NL:RBNHO:2026:1071, Rechtbank Noord-Holland, 05-02-2026, 15/400667-24
Rechtbank Noord-Holland · Strafrecht
ECLI:NL:RBNHO:2025:14714, Rechtbank Noord-Holland, 15-12-2025, 25/5468
Rechtbank Noord-Holland · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
18 februari 2026
Instantie
Rechtbank Noord-HollandRechtsgebied
Civiel Recht; VerbintenissenrechtZaaknummer
11802687
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:2402