Juristi.nl
ECLI:NL:RBNHO:2026:2478Bestuursrecht

ECLI:NL:RBNHO:2026:2478, Rechtbank Noord-Holland, 17-03-2026, 24/3743 — RBNHO:2026:2478

Samenvatting

Deze uitspraak gaat over de aan eiseres opgelegde last onder dwangsom voor het beëindigen en beëindigd houden van het onvergund lozen van stoffen in het oppervlaktewater op de bedrijfslocatie van eiseres en het daarna genomen invorderingsbesluit. De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht heeft vastgesteld dat sprake is van een overtreding van artikel 6.2 Waterwet. Uit de tekst van de watervergunning van eiseres volgt dat eiseres alleen het recht heeft om bepaalde in voorschrift 2 genoemde concentraties van stoffen te lozen. De in het afvalwater van eiseres aangetroffen stoffen worden niet in haar watervergunning genoemd. Het standpunt van eiseres dat de gehele afvalstroom is vergund, inclusief alle daarin voorkomende stoffen, volgt de rechtbank niet. Dit standpunt is namelijk niet in lijn met de systematiek en de doelen van het vergunningenregime uit de Kaderrichtlijn Water 2000/60 en de Waterwet. De wetgever heeft immers daarmee het lozen van stoffen in oppervlaktewater willen reguleren. Ook uit jurisprudentie van de Afdeling volgt dat een watervergunning is vereist voor de specifieke stoffen die zich in het afvalwater bevinden. Een watervergunning heeft daarom volgens de Afdeling betrekking op de lozing van een effluent met een bepaalde samenstelling. Dit betekent ook dat de stoffen die in het afvalwater kunnen voorkomen, van te voren bekend moeten zijn en dat die moeten worden aangevraagd. De stelling van eiseres dat deze jurisprudentie niet op haar van toepassing is, volgt de rechtbank niet. Dat eiseres geen producent is, is in dit verband niet relevant. Er wordt door de Afdeling namelijk geen onderscheid gemaakt tussen verschillende soorten bedrijven. Dat het voor eiseres feitelijk onmogelijk is om de samenstelling van het afvalwater te kennen, volgt de rechtbank evenmin. Van eiseres mag verwacht worden dat zij zicht heeft op de stoffen die in haar afvalwater voorkomen. Voor zover afval van andere bedrijven wordt verwerkt, draagt eiseres de verantwoordelijkheid voor de afvalstoffen die zij aanneemt. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat de last wel uitvoerbaar is en proportioneel en evenredig. Het beroeps is daarom ongegrond.

Betrokken advocaten

mr. L.C. Joustra

eiser

mr. S. de Bruin

eiser

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

17 maart 2026

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

24/3743

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:RBNHO:2026:2478

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Gemeente Schagen weigert permanente bewoning recreatiewoning in Dirkshorn
Rechtbank Noord-Holland·25 maart 2026
Bestuursrecht
RBNHO:2026:2942
Rechtbank Noord-Holland·24 maart 2026
Bestuursrecht
RBNHO:2026:2781
Rechtbank Noord-Holland·19 maart 2026
Bestuursrecht
RBNHO:2026:2808
Rechtbank Noord-Holland·19 maart 2026
Bestuursrecht
RBNHO:2026:3119
Rechtbank Noord-Holland·18 maart 2026
Bestuursrecht