ECLI:NL:RBNHO:2026:2571, Rechtbank Noord-Holland, 02-03-2026, 11999307 — RBNHO:2026:2571
Samenvatting
In deze zaak verzoekt de werknemer om toekenning van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van de arbeidsovereenkomst en een billijke vergoeding. Volgens de werknemer is het ontslag na afloop van de proeftijd gegeven en daarom niet rechtsgeldig, wat door de werkgever wordt betwist. De kantonrechter oordeelt dat het ontslag niet (rechts)geldig is. In deze procedure stelt de kantonrechter namelijk vast dat de ingangsdatum van de arbeidsovereenkomst 6 oktober 2025 was in plaats van 1 november 2025, zodat het gegeven ontslag op 10 november 2025 na de proeftijd van een maand is gegeven. De werkgever wordt daarom veroordeeld tot betaling van de vergoedingen, alsmede tot tot (uit)betaling van achterstallig salaris en de niet genoten vakantiedagen over de periode 6 oktober tot en met 31 oktober 2025.
Betrokken advocaten
DingemansVanderKind, AMSTERDAM
DingemansVanderKind, AMSTERDAM
Advocatenkantoor Oudegracht, ALKMAAR
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNHO:2025:14554, Rechtbank Noord-Holland, 18-11-2025, C/15/356869 / FA RK 24-4717 en C/15/370854 / FA RK 25-5360
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:5707, Rechtbank Amsterdam, 04-08-2025, C/13/772371 / KG ZA 25-557 EAM/BB
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBNHO:2025:8233, Rechtbank Noord-Holland, 17-07-2025, 11321517 MB 24-810 MVH
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht
ECLI:NL:RBNHO:2025:6048, Rechtbank Noord-Holland, 01-05-2025, 11543853 \ AO VERZ 25-16
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Arbeidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
2 maart 2026
Instantie
Rechtbank Noord-HollandRechtsgebied
Civiel Recht; ArbeidsrechtZaaknummer
11999307
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:2571