Juristi.nl
ECLI:NL:RBNHO:2026:3279Bestuursrecht

Gemeente Schagen weigert permanente bewoning recreatiewoning in Dirkshorn — RBNHO:2026:3279

omgevingsvergunning / permanente bewoning recreatiewoning / omgevingsplan

Eiser / verzoeker

Bewoonster van Park De Horn, Dirkshorn

VS

Verweerder / gedaagde

College van burgemeester en wethouders van de gemeente Schagen

Het beroep is ongegrond verklaard; de weigering van de omgevingsvergunning voor permanente bewoning van de recreatiewoning blijft in stand.

  • Permanente bewoning van recreatiewoningen is in strijd met de bestemming 'Recreatie – Verblijfsrecreatie 2' in het (tijdelijk) omgevingsplan; de inwerkingtreding van de Omgevingswet verandert dit niet.
  • De gemeente mag de omgevingsvergunning weigeren op grond van ruimtelijk beleid: revitalisering van het recreatiepark en het voorkomen van combinatie van vakantiegangers en permanente bewoners.
  • Een drempel van 70 procent instemming van grondeigenaren is bij ingrijpende ruimtelijke kwesties aanvaardbaar; het vereiste percentage werd niet gehaald.
  • Lecc Exploitatie De Horn B.V. is geen belanghebbende in deze procedure, omdat de gevolgen van één vergunningverlening voor haar bedrijfsvoering te gering zijn.

Samenvatting

Een bewoonster van Park De Horn in Dirkshorn wilde officieel permanent in haar recreatiewoning mogen wonen. Hoewel ze al een persoonlijke gedoogbeschikking had van de gemeente Schagen, diende ze een aanvraag in voor een omgevingsvergunning om het gebruik van de woning officieel te legaliseren. De gemeente weigerde die vergunning, en de rechtbank Noord-Holland heeft die weigering nu in stand gelaten.

De vrouw woont op een recreatiepark dat bestaat uit 340 recreatiewoningen, alle in handen van particuliere eigenaren. Het park valt onder de bestemming 'Recreatie – Verblijfsrecreatie 2', en het bestemmingsplan verbiedt permanente bewoning van recreatiewoningen uitdrukkelijk. Dat gold al vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024, en die wet heeft daar niets aan veranderd: het oude bestemmingsplan maakt sindsdien deel uit van het tijdelijke omgevingsplan van de gemeente.

De bewoonster voerde in beroep aan dat de gemeente ten onrechte bleef vasthouden aan het oude bestemmingsplan, en dat de situatie op het park feitelijk al jaren niet meer recreatief van aard is. Omdat alle kavels zijn uitgepondd en er geen bedrijfsmatige exploitatie meer plaatsvindt, zag zij het park als een gewone woonstraat met 340 eigenaren. Zij betwistte ook de rol van Lecc Exploitatie De Horn B.V., een bedrijf dat de gemeente als betrokken partij zag bij het park.

De rechtbank verwierp het verweer over Lecc Exploitatie. Het bedrijf onderhoudt weliswaar gemeenschappelijke delen van het park, maar de gevolgen van het verlenen van één vergunning voor de bedrijfsvoering van Lecc Exploitatie zijn zo gering dat het bedrijf geen belanghebbende is in deze procedure. Daarmee hoefde de rechtbank ook niet in te gaan op het verzoek van de bewoonster om eigendomsbewijzen bij het bedrijf op te vragen.

Voor de inhoudelijke beoordeling was doorslaggevend dat de gemeente een duidelijk ruimtelijk beleid voert: Park De Horn moet worden gerevitaliseerd als recreatiepark. Permanente bewoning past daar niet in, mede omdat de combinatie van vakantiegangers en permanente bewoners tot overlast kan leiden. De gemeente had ook een extern onderzoeksbureau ingeschakeld en onder de grondeigenaren van het park laten peilen of zij open stonden voor permanente bewoning. Afgesproken was dat daarvoor minimaal 70 procent van de grondeigenaren akkoord moest gaan. Dat percentage werd niet gehaald.

De bewoonster bestreed die 70-procentdrempel. Zij vond dat de 49/51-regel had moeten worden gehanteerd, en stelde dat de stemming onder druk was gezet door de zogenaamde 'parkeigenaar'. De rechtbank volgde haar daarin niet. Het hanteren van een drempel van 70 procent is bij een ingrijpende ruimtelijke kwestie als deze begrijpelijk en verdedigbaar. De gemeente had bovendien toegelicht hoe ze de legitimiteit van de uitgebrachte stemmen had gecontroleerd.

De rechtbank concludeerde dat de gemeente de vergunning voldoende heeft onderbouwd geweigerd. Het beroep van de bewoonster is ongegrond verklaard, wat betekent dat de weigering van de omgevingsvergunning voor permanente bewoning van haar recreatiewoning definitief in stand blijft.

Betrokken advocaten

mr. E. Stoop

eiser

mr. G. Lukken

verweerder

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

25 maart 2026

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

HAA 25/1471

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBNHO:2026:3279

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBNHO:2026:2942
Rechtbank Noord-Holland·24 maart 2026
Bestuursrecht
RBNHO:2026:2781
Rechtbank Noord-Holland·19 maart 2026
Bestuursrecht
RBNHO:2026:2808
Rechtbank Noord-Holland·19 maart 2026
Bestuursrecht
RBNHO:2026:3119
Rechtbank Noord-Holland·18 maart 2026
Bestuursrecht
RBNHO:2026:2480
Rechtbank Noord-Holland·17 maart 2026
Bestuursrecht