Juristi.nl
ECLI:NL:RBNHO:2026:3531Bestuursrecht; Omgevingsrecht

Rechter schorst bouwvergunning uitbreiding appartementen Warmenhuizen — RBNHO:2026:3531

omgevingsvergunning / bouwrecht / voorlopige voorziening

Eiser / verzoeker

Bewoner uit Warmenhuizen (verzoeker)

VS

Verweerder / gedaagde

College van burgemeester en wethouders van de gemeente Schagen

De voorzieningenrechter wijst het verzoek gedeeltelijk toe en schorst de omgevingsvergunning voor de appartementen met huisnummers [nummer 1] en [nummer 2] in afwachting van de uitspraak in de bodemprocedure.

  • Omgevingsvergunning gedeeltelijk geschorst omdat de gemeente onvoldoende heeft toegelicht hoe de opbouw past binnen de maximale bouwhoogte van 6 meter uit het bestemmingsplan.
  • Sloop van de aangebouwde schuur was niet vergunningplichtig: de schuur maakte geen deel uit van de karakteristieke hoofdvorm van het historische zaadpakhuis.
  • Welstandstoets beoordeelt alleen het aangevraagde bouwplan en niet de gevolgen voor het naastgelegen rijksmonument van de verzoeker; geen aanleiding om aan het welstandsadvies te twijfelen.
  • Parkeerberekening van de gemeente is correct: vier extra parkeerplaatsen volstaan op grond van de Nota Parkeernormen Schagen 2016.
  • Schorsing geldt uitsluitend voor de twee appartementen aan de zijde van het perceel van verzoeker; de reeds gerealiseerde studio-appartementen vallen buiten het geschil.

Samenvatting

Een bewoner van Warmenhuizen heeft met succes gevraagd om een tijdelijke stop op een omgevingsvergunning die de gemeente Schagen had verleend aan BeStorkProperty B.V. Het bedrijf wil een bestaand pand uitbreiden met nieuwe appartementen, waaronder een extra verdieping op de zijde grenzend aan het perceel van de verzoeker. Die extra verdieping — een opbouw tot circa zes meter hoog — is het centrale twistpunt in de zaak.

De voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Holland heeft de vergunning deels geschorst omdat de gemeente onvoldoende duidelijk heeft uitgelegd hoe de hoogte van de opbouw zich verhoudt tot de maximaal toegestane bouwhoogte van zes meter zoals vastgelegd in het bestemmingsplan. Zolang die onduidelijkheid blijft bestaan, mag niet met de bouw worden begonnen voor de twee betrokken appartementen.

De verzoeker, die naast het bouwperceel woont en eigenaar is van een rijksmonument — een stolpboerderij — had meerdere bezwaren ingediend. Zo stelde hij dat de sloop van een oude schuur op het terrein van BeStorkProperty vergunningplichtig was, omdat daarmee de karakteristieke hoofdvorm van het gebouw zou zijn aangetast. De rechter verwierp dit argument: de sloopvergunningsplicht geldt voor de aanduiding 'karakteristiek', maar de bewuste schuur maakte geen deel uit van de beschermde hoofdvorm van het historische zaadpakhuis. De schuur was destijds aangebouwd als berging en valt buiten die bescherming.

Ook de welstandsbezwaren van de verzoeker vonden geen gehoor. Hij betoogde dat het bouwplan zijn eigen rijksmonument zou aantasten door het erf dicht te zetten, en wees op criteria voor karakteristieke erven bij stolpboerderijen. De rechter maakte duidelijk dat de welstandstoets betrekking heeft op het aangevraagde bouwplan zélf en de relatie tot de directe omgeving — niet op de vraag of het naastgelegen monument na de bouw nog aan bepaalde eisen voldoet. Bovendien had de gemeente zich mogen baseren op het positieve advies van de welstandscommissie, nu de verzoeker geen tegenbewijs had aangeleverd.

Het parkeerargument van de verzoeker — dat de gemeente parkeerplaatsen voor bestaande appartementen over het hoofd had gezien — werd eveneens van tafel geveegd. Volgens de rechter hebben gemeente en vergunninghouder voldoende aangetoond dat het bouwplan in de benodigde parkeergelegenheid voorziet: vier extra plaatsen bovenop de bestaande vijf.

De enige grond die de rechter wel voldoende ernstig achtte om de vergunning tijdelijk te blokkeren, betrof de maximale bouwhoogte. In het bestemmingsplan is een maximum van zes meter vastgelegd. De uitleg van de gemeente over hoe de geplande opbouw binnen die grens past, was naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet overtuigend genoeg. Dat rechtvaardigt een schorsing totdat de bodemrechter zich over de zaak heeft gebogen.

De schorsing geldt uitsluitend voor het bouwdeel met de twee appartementen aan de kant van de verzoeker. De twee studio-appartementen aan een andere zijde van het pand zijn al gerealiseerd en vallen buiten het geschil. De uitspraak heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank niet in de uiteindelijke bodemprocedure.

Betrokken advocaten

mr. R.M. Rensing

verzoeker

Rensing Advocatuur, HAARLEM

mr. H.C. Lagrouw

BeStorkProperty B.V.

Legaltree, LEIDEN

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

2 april 2026

Zaaknummer

HAA 26/588

Procedure

Voorlopige voorziening

ECLI

ECLI:NL:RBNHO:2026:3531

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBNHO:2026:3373
Rechtbank Noord-Holland·31 maart 2026
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
RBNHO:2026:3482
Rechtbank Noord-Holland·31 maart 2026
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
RBNHO:2026:3660
Rechtbank Noord-Holland·25 maart 2026
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
RBNHO:2026:3064
Rechtbank Noord-Holland·24 maart 2026
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
RBNHO:2026:3109
Rechtbank Noord-Holland·17 maart 2026
Bestuursrecht; Omgevingsrecht