ECLI:NL:RBNNE:2021:4824, Rechtbank Noord-Nederland, 08-11-2021, LEE 21/1457 — RBNNE:2021:4824
Samenvatting
De rechtbank is van oordeel dat eiseres in het studiefinancieringstijdvak augustus 2020 reële en daadwerkelijke arbeid heeft verricht in haar arbeidsverhoudingen met Start People Welzijn B.V. te Almere en de Hanzehogeschool te Groningen. De rechtbank baseert dat op de hoeveelheid gewerkte en uitbetaalde uren. Eiseres heeft daarom in het studiefinancieringstijdvak augustus 2020 de hoedanigheid van “werknemer” verworven in de zin van artikel 45 van het VWEU. De rechtbank overweegt dat verweerder het recht op studiefinanciering voor het studiefinancieringstijdvak januari tot en met december 2021 aanvankelijk heeft afgewezen bij primair besluit van 15 oktober 2020, dat vervolgens is gehandhaafd bij het bestreden besluit. Met andere woorden: verweerder heeft bij het bestreden besluit een primair besluit gehandhaafd dat is genomen vóórdat het te beoordelen studiefinancieringstijdvak is aangevangen. De rechtbank is van oordeel dat een dergelijke afwijzing in strijd is met het systeem van de wet. De rechtmatigheid van de aanspraak op studiefinanciering is, voor een EU-burger zoals eiseres, immers afhankelijk van het antwoord op de vraag of zij in het te beoordelen studiefinancieringstijdvak reële en daadwerkelijk arbeid heeft verricht. Dat kan niet worden beoordeeld vóór ommekomst van het te beoordelen tijdvak. Door dat toch te doen heeft verweerder een verboden beperkte uitleg gegeven van het begrip “werknemer”, zoals bedoeld in alinea 2 van rechtsoverweging 4.2.5. Daarom zal de rechtbank verweerder opdragen een nieuw primair besluit te nemen over een eventueel recht op een aanvullende beurs in het studiefinancieringstijdvak januari tot en met december 2021, met inachtneming van deze uitspraak. Verweerder dient na ommekomst van het te beoordelen studiefinancieringstijdvak alsnog te beoordelen of eiseres in dat tijdvak reëele en daadwerkelijk arbeid heeft verricht (artikel 8:72, vierde lid van de Awb). Bij verschil tussen deze samenvatting en de volledige uitspraak is de uitspraak beslissend.
Betrokken advocaten
mr. P.E. Merema
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBOVE:2025:6710, Rechtbank Overijssel, 19-11-2025, ak_24_1956
Rechtbank Overijssel · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:1179, Centrale Raad van Beroep, 07-08-2025, 22/1872 WSF
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:4413, Rechtbank Rotterdam, 14-04-2025, AWB-23_8029
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:2084, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 08-04-2025, BRE 24/274
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
8 november 2021
Instantie
Rechtbank Noord-NederlandRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
LEE 21/1457
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2021:4824