Juristi.nl
ECLI:NL:RBNNE:2021:945Strafrecht

ECLI:NL:RBNNE:2021:945, Rechtbank Noord-Nederland, 23-03-2021, 18/070073-20, 96/181994-20, 18/278956-20 en 18/301687-20 — RBNNE:2021:945

Samenvatting

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde: De rechtbank is van oordeel dat hetgeen verdachte heeft verklaard weliswaar de nodige vragen oproept, maar niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk is, en dat gelet hierop niet met voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat het geld en de ten laste gelegde voorwerpen van enig misdrijf afkomstig zijn. De rechtbank acht daarom niet bewezen dat verdachte het geld heeft witgewassen. Verdachte wordt dan ook vrijgesproken van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde. Ten aanzien van de geldigheid van het onder 3 ten laste gelegde overweegt de rechtbank het volgende. Ingevolge het bepaalde in artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) dient de dagvaarding een opgave te behelzen van het feit dat ten laste wordt gelegd, met vermelding van de omstandigheden waaronder het feit zou zijn begaan, zodat de verdachte weet waartegen hij zich moet verdedigen. De rechtbank is van oordeel dat de onder 3 ten laste gelegde heling van "een aanhangwagen" onvoldoende feitelijk is omschreven. De tenlastelegging voldoet derhalve niet aan de daaraan gestelde, in artikel 261 Sv genoemde eisen. Het voorgaande brengt met zich dat de rechtbank de dagvaarding ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde feit partieel nietig zal verklaren, voor zover het betreft voornoemde aanhangwagen. Voor het overige bewezenverklaring voor: 2. diefstal, door twee of meer verenigde personen, en diefstal, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van verbreking; 3. opzetheling; 4. opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod. Zie ook ontneming: ECLI:NL:RBNNE:2021:950.

Betrokken advocaten

mr. A.P.M.A. Laeyendecker

verdachte

Advocatenkantoor Laeyendecker, OSS

mr. F.Y. van der Pol

verdachte

Advocatenpraktijk van der Pol, TYNAARLO

mr. M. Scharenborg

verdachte

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

23 maart 2021

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

18/070073-20, 96/181994-20, 18/278956-20 en 18/301687-20

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:RBNNE:2021:945

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBNNE:2026:761
Rechtbank Noord-Nederland·12 mrt 2026
Strafrecht
RBNNE:2026:762
Rechtbank Noord-Nederland·12 mrt 2026
Strafrecht
RBNNE:2026:764
Rechtbank Noord-Nederland·12 mrt 2026
Strafrecht
RBNNE:2026:767
Rechtbank Noord-Nederland·12 mrt 2026
Strafrecht
RBNNE:2026:768
Rechtbank Noord-Nederland·12 mrt 2026
Strafrecht