Juristi.nl
ECLI:NL:RBNNE:2022:2708Bestuursrecht

Rechtbank handhaaft dwangsom van 1,1 miljoen voor uitgeblijven herbeplanting — RBNNE:2022:2708

invordering dwangsom / bestuursrechtelijke handhaving herplantplicht

Eiser / verzoeker

Erven [naam]

VS

Verweerder / gedaagde

Gedeputeerde Staten van de Provincie Drenthe

De rechtbank verklaarde het beroep van de erfgenamen ongegrond en liet het invorderingsbesluit van bijna 1,1 miljoen euro aan verbeurde dwangsommen in stand.

  • Verbeurde dwangsom van €1.094.800 wegens niet-nakoming herplantplicht op bospercelen
  • Bijzondere omstandigheden om van invordering af te zien zijn niet aanwezig bevonden
  • Overlijden van de overtreder en onbekendheid met de herplantplicht zijn geen grond voor matiging
  • Erfgenamen zijn uitsluitend als rechtsopvolgers aansprakelijk; persoonlijke verwijtbaarheid is niet relevant
  • Verjaring van de invorderingsbevoegdheid is tijdig gestuit door meerdere aanmaningen

Samenvatting

Een familie uit Drenthe kreeg te maken met een forse dwangsom van bijna 1,1 miljoen euro, nadat de provincie had vastgesteld dat er op meerdere percelen bos was gekapt zonder dat de wettelijk verplichte herbeplanting had plaatsgevonden. De provincie Drenthe had de eigenaar van de percelen in februari 2019 vier lasten onder dwangsom opgelegd, met een termijn van vier weken om de percelen op bosbouwkundige wijze opnieuw te beplanten.

Toen in maart 2019 bleek dat er nog steeds niets was herbeplant, concludeerde de provincie dat de dwangsommen van rechtswege waren verbeurd. Het invorderingsbesluit volgde in mei 2019. De eigenaar maakte bezwaar, maar dat werd in augustus 2019 ongegrond verklaard. Kort daarna stelde hij beroep in bij de rechtbank. In oktober 2020 overleed hij. Zijn erfgenamen – aangeduid als de Erven – namen de procedure over en voerden nieuwe argumenten aan.

De erfgenamen betoogden onder meer dat zij niet op de hoogte waren van de herplantplicht, dat zij bereid waren om alsnog aan die verplichting te voldoen, en dat het onredelijk was om hen met zo'n hoge dwangsom te confronteren nu de oorspronkelijke overtreder was overleden. Zij stelden ook dat handhaving geen doel meer diende en het karakter had gekregen van een straf, terwijl henzelf geen enkel verwijt kon worden gemaakt. Verder wezen zij erop dat het niet om een ernstige milieuovertreding ging en dat de provincie zelf nog geen kosten had gemaakt.

De rechtbank volgde deze argumenten niet. Volgens vaste rechtspraak van de Raad van State moet aan het belang van invordering van verbeurde dwangsommen een groot gewicht worden toegekend. Alleen in bijzondere omstandigheden kan van invordering worden afgezien. De rechtbank oordeelde dat de door de erfgenamen genoemde omstandigheden – waaronder het overlijden van de overtreder – zich pas na het bestreden besluit hadden voorgedaan en daarom niet bij de besluitvorming konden worden betrokken.

De rechtbank benadrukte ook dat de erfgenamen uitsluitend in hun hoedanigheid als erfgenamen in de procedure waren betrokken. De vraag of hén persoonlijk een verwijt kon worden gemaakt of dat de invordering voor hen persoonlijk onevenredig was, speelt juridisch gezien geen rol. Zij hadden de schulden en verplichtingen van de overledene geërfd, en daarmee ook zijn rechtspositie in deze procedure.

Een beroep op de zogenoemde 'kakkerlakkenjurisprudentie' – een leer waarbij invordering achterwege kan blijven als de overtreding niet aan de aangesproken persoon te wijten is én het algemeen belang sterk bij de handhaving betrokken is – hielp de erfgenamen evenmin. De rechtbank stelde vast dat in dit geval geen sprake was van die specifieke combinatie van omstandigheden.

Al met al verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond. De erfgenamen krijgen de dwangsom van bijna 1,1 miljoen euro niet kwijtgescholden en er is geen proceskostenvergoeding toegekend.

Betrokken advocaten

mr. A.A. Westers

eisers

Bout Advocaten, GRONINGEN

mr. N. Drenth

verweerder

TRIP Advocaten Notarissen, GRONINGEN

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

29 juli 2022

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

LEE 19/3490

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:RBNNE:2022:2708

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter wijst schorsing dwangsominvordering boerenwinkel af
Rechtbank Noord-Nederland·31 mrt 2026
Bestuursrecht
Rechtbank staat Skaeve Huse in Harkstede toe ondanks bezwaren buurtbewoners
Rechtbank Noord-Nederland·27 mrt 2026
Bestuursrecht
RBNNE:2026:914
Rechtbank Noord-Nederland·25 mrt 2026
Bestuursrecht
RBNNE:2026:968
Rechtbank Noord-Nederland·20 mrt 2026
Bestuursrecht