Juristi.nl
ECLI:NL:RBNNE:2022:3350Strafrecht

ECLI:NL:RBNNE:2022:3350, Rechtbank Noord-Nederland, 30-08-2022, 18/117461-21 — RBNNE:2022:3350

Samenvatting

Ten aanzien van het bij dagvaarding met parketnummer 18/117461-21 (onderzoek CHICITA) primair tenlastegelegde Geldigheid van de dagvaarding Nu het openbaar ministerie heeft verzuimd een tenlastelegging op te maken waarin is omschreven ten gevolge van welke concrete feitelijke handelingen brand is ontstaan aan de verschillende (bedrijfs)auto’s, voldoet deze tenlastelegging op dit punt niet aan de eisen van artikel 261 Sv. Gezien de aard van dit verzuim ziet de rechtbank geen mogelijkheid een en ander verbeterd te lezen, ook niet in het licht van het dossier. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de dagvaarding voor wat betreft de primair tenlastegelegde brandstichting (partieel) nietig dient te worden verklaard. Ten aanzien van het bij dagvaarding met parketnummer 18/165407-21 (onderzoek MAXIMUS) onder 1 tenlastegelegde Strafbaarheid van het feit Ingevolge artikel 261 Sv dient een dagvaarding de opgave te behelzen van het feit dat aan de verdachte wordt verweten. Dit houdt onder meer in dat de tenlastelegging moet aansluiten bij de inhoud van de delictsomschrijving waarop deze is toegesneden, te weten de beoogde kwalificatie. Onder het onder 1 tenlastegelegde is blijkens de vermelding van de artikelen 47 en 317 Sr kennelijk beoogd een poging tot het plegen van het misdrijf afpersing als bedoeld in artikel 317 Sr, eerste lid, ten laste te leggen. In de tekst van de tenlastelegging is in dit geval niet de zinsnede “door geweld of bedreiging met geweld” opgenomen. Het bewezenverklaarde valt naar het oordeel van de rechtbank niet binnen de grenzen van de wettelijke delictsomschrijving van artikel 317 Sr en is derhalve niet te kwalificeren. Verdachte zal gelet hierop ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Ten aanzien van het bij dagvaarding met parketnummer 18/241783-21 (onderzoek RADJA) primair tenlastegelegde Veroordeling De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich op 21 augustus 2021 te Hoogeveen heeft schuldig gemaakt aan poging tot doodslag.

Betrokken advocaten

mr. R.J.J. Bosma

verdachte

Bosma Advocatuur, SPIER

mr. D. Roggen

verdachte

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

30 augustus 2022

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

18/117461-21

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:RBNNE:2022:3350

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBNNE:2026:761
Rechtbank Noord-Nederland·12 maart 2026
Strafrecht
RBNNE:2026:762
Rechtbank Noord-Nederland·12 maart 2026
Strafrecht
RBNNE:2026:764
Rechtbank Noord-Nederland·12 maart 2026
Strafrecht
RBNNE:2026:767
Rechtbank Noord-Nederland·12 maart 2026
Strafrecht
RBNNE:2026:768
Rechtbank Noord-Nederland·12 maart 2026
Strafrecht