ECLI:NL:RBNNE:2023:2412, Rechtbank Noord-Nederland, 31-05-2023, LEE 22/1826 — RBNNE:2023:2412
Samenvatting
Mijnbouwschade, fysieke schade, bewijsvermoeden, gelijkheidsbeginsel. De verwijzing naar de droge zomers van 2018 en 2019 en de daaropvolgende inklinking van de ondergrond als reden voor het ontstaan van de schade is in dit geval onvoldoende, het bewijsvermoeden is niet weerlegd. Het beroep is gegrond. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:26523, Rechtbank Den Haag, 16-12-2025, SGR 25/1263
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2025:671, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 16-12-2025, 23/1564
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:5683, Raad van State, 03-12-2025, 202303955/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:6446, Rechtbank Midden-Nederland, 24-11-2025, UTR 20/3275 en UTR 20/3290
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
31 mei 2023
Instantie
Rechtbank Noord-NederlandRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
LEE 22/1826
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2023:2412