Juristi.nl
ECLI:NL:RBNNE:2023:3136Strafrecht

ECLI:NL:RBNNE:2023:3136, Rechtbank Noord-Nederland, 27-07-2023, 18-029939-21 — RBNNE:2023:3136

Samenvatting

(Artikelen 47, 285 van het Wetboek van Strafrecht; artikel 6, eerste lid, EVRM (overschrijding redelijke termijn)) De rechtbank spreekt verdachte vrij van het primair en subsidiair ten laste gelegde. De rechtbank veroordeelt verdachte terzake van het meer subsidiair ten laste gelegde: medeplegen van bedreiging met zware mishandeling. De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan bedreiging met zware mishandeling van aangevers op de wijze zoals volgt uit de vermelde bewijsmiddelen. Voorts blijkt in voldoende mate dat verdachte het meer subsidiair ten laste gelegde feit tezamen en in vereniging heeft gepleegd met anderen, waarbij er ten aanzien van de bedreiging met geweld sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachten. De rechtbank leidt deze nauwe en bewuste samenwerking af uit de verschillende verklaringen, het feit dat verdachten elkaar voorafgaand aan het delict hebben getroffen bij één van de verdachten, daarop volgend de gezamenlijke heen- en terugreis in één auto, en de (bedoelde) bedreigende overmacht op aangever(s).

Betrokken advocaten

mr. A.J. Kemkers

verdachte

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

27 juli 2023

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

18-029939-21

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:RBNNE:2023:3136

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBNNE:2026:761
Rechtbank Noord-Nederland·12 maart 2026
Strafrecht
RBNNE:2026:762
Rechtbank Noord-Nederland·12 maart 2026
Strafrecht
RBNNE:2026:764
Rechtbank Noord-Nederland·12 maart 2026
Strafrecht
RBNNE:2026:767
Rechtbank Noord-Nederland·12 maart 2026
Strafrecht
RBNNE:2026:768
Rechtbank Noord-Nederland·12 maart 2026
Strafrecht