ECLI:NL:RBNNE:2024:1280, Rechtbank Noord-Nederland, 09-04-2024, 18.021767.23 — RBNNE:2024:1280
Samenvatting
Verdachte heeft zich (deels met anderen) gedurende een periode van meer dan een jaar schuldig gemaakt aan bankhelpdeskfraude, waarbij acht personen zijn gedupeerd met een totaal schadebedrag van bijna € 50.000,-. Verdachte (en zijn medeverdachte) hebben zich in telefoongesprekken voorgedaan als een bankmedewerker en gezegd dat er een probleem was met hun bankrekening. De slachtoffers moesten hun pinpassen en creditcards, met bijbehorende codes, afgeven aan een koerier. Een aantal slachtoffers moest een tool installeren op hun computer of tablet, waarna de valse bankmedewerker kon meekijken. Er werden vervolgens bedragen overgeschreven naar een andere bankrekening, waar de slachtoffers geen toegang toe hadden. Daarnaast had verdachte lijsten met gegevens (zogenaamde leads) en belscripts voorhanden die veelal in het criminele circuit worden gebruikt voor het plegen van dergelijke feiten. Bankhelpdeskfraude is een steeds meer voorkomende vorm van criminaliteit die voor verdachten op relatief gemakkelijke wijze zeer lucratief kan zijn. Verdachte en zijn medeverdachten hebben hiermee een spoor van vernieling achtergelaten en zij hebben misbruik gemaakt van het gewekte vertrouwen bij slachtoffers – veelal mensen op leeftijd-, die dachten dat zij op deze wijze konden voorkomen dat zij veel geld zouden kwijtraken. Het tegendeel bleek waar. Hierdoor is hun vertrouwen in het online handelsverkeer geschaad. Verdachte heeft enkel uit financieel gewin gehandeld. Er is op geen enkele wijze oog geweest voor de kwetsbaarheid en de belangen van de slachtoffers. De rechtbank rekent verdachte dit aan. Verdachte heeft tegen beter weten in alle betrokkenheid ontkend. Hoewel het iedere verdachte vrij staat om zijn eigen proceshouding te bepalen, rekent de rechtbank het verdachte aan dat hij geen enkele verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn daden en de gevolgen voor de slachtoffers. De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf voorts rekening gehouden met opgelegde straffen in soortgelijke zaken. De rechtbank ziet, onder meer gelet op de proceshouding van verdachte, geen enkele andere mogelijkheid dan ‘kale afstraffing’, waarbij vergelding op de voorgrond staat. Alles afwegende acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van de reeds ondergane voorlopige hechtenis, passend en geboden.
Betrokken advocaten
mr. H. Mous
verdachte
mr. B. Rademacher
verdachte
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNNE:2026:202, Rechtbank Noord-Nederland, 29-01-2026, 18/190126-25
Rechtbank Noord-Nederland · Strafrecht; Materieel Strafrecht
ECLI:NL:RBNHO:2025:15742, Rechtbank Noord-Holland, 09-12-2025, 15/044956-23
Rechtbank Noord-Holland · Strafrecht
ECLI:NL:RBNNE:2025:5119, Rechtbank Noord-Nederland, 09-12-2025, 18-232675-24
Rechtbank Noord-Nederland · Strafrecht; Materieel Strafrecht
ECLI:NL:RBNNE:2025:5120, Rechtbank Noord-Nederland, 09-12-2025, 18-232693-24
Rechtbank Noord-Nederland · Strafrecht; Materieel Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
9 april 2024
Instantie
Rechtbank Noord-NederlandRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
18.021767.23
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2024:1280