ECLI:NL:RBNNE:2024:2280, Rechtbank Noord-Nederland, 07-06-2024, 18.089348.23 — RBNNE:2024:2280
Samenvatting
Verdachte heeft - in vereniging met een ander- meer dan veertig jerrycans met in totaal ruim dertienhonderd liter synthetisch drugsafval dat afkomstig was van de productie van amfetamine in een natuurgebied, It Fryske Gea, gedumpt. Door dit handelen heeft verdachte een belangrijke en onmisbare bijdrage geleverd aan de productieketen van synthetische drugs. Het gebruik van deze harddrugs brengt gezondheidsrisico’s mee. Naast het gevaar voor de volksgezondheid schuilt in de productie van synthetische drugs gevaar voor schade aan het milieu, veroorzaakt door dumpingen van vrijkomende chemische afvalstoffen in natuurgebieden. De afvalstoffen hebben een verwoestend effect op het grondwater en de natuur. Verdachte heeft door zijn handelen een reëel gevaar voor ernstige milieuverontreiniging veroorzaakt. Dat er geen afvalstoffen in de bodem zijn gelekt, is geenszins aan het handelen van verdachte te danken. Dumpingen als in de onderhavige zaak zijn inmiddels aan de orde van de dag en zadelen de overheid op met hoge kosten. Daarmee is dit een groot maatschappelijk probleem. Verdachte heeft zich er geen enkele rekenschap van gegeven dat zijn handelen tot ernstige schade aan natuur en milieu kon leiden maar slechts en uitsluitend zijn eigen belang voor ogen gehad (te weten de verkrijging van een relatief gering geldbedrag). Het is verder een feit van algemene bekendheid dat de productie van synthetische drugs wordt uitgevoerd door criminele organisaties of samenwerkingsverbanden. Criminele organisaties hebben een ontwrichtend effect op de maatschappij, onder meer door het witwassen van de criminele winsten en de vermenging van de (illegale) onderwereld met de (legale) bovenwereld. Dit werkt ontwrichtend op het economisch verkeer en is ondermijnend voor de maatschappij. De verdachte heeft met zijn handelen een bijdrage geleverd aan deze problematiek. De rechtbank rekent de verdachte dit alles zwaar aan. Hoewel het iedere verdachte vrij staat zijn eigen proceshouding te bepalen, neemt de rechtbank het verdachte daarnaast kwalijk dat hij geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen. De ernst van het feit rechtvaardigt zonder meer een gevangenisstraf van aanzienlijke duur. De rechtbank legt een langere gevangenisstraf op dan door de officier van justitie geëist, omdat naar het oordeel van de rechtbank de ernst van het feit door een straf van kortere duur zou worden miskend. Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, passend en geboden.
Betrokken advocaten
mr. P.M. Spekman
verdachte
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBMNE:2026:289, Rechtbank Midden-Nederland, 03-02-2026, 16/034333-25; 16/250914-25 (t.t.z. gevoegd)
Rechtbank Midden-Nederland · Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:10099, Rechtbank Amsterdam, 04-12-2025, 1323914425
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Europees Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:10101, Rechtbank Amsterdam, 04-12-2025, 13/390273-24
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Europees Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:8604, Rechtbank Amsterdam, 11-11-2025, 13/229714-25
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Europees Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
7 juni 2024
Instantie
Rechtbank Noord-NederlandRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
18.089348.23
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2024:2280