Juristi.nl

ECLI:NL:RBNNE:2024:2422, Rechtbank Noord-Nederland, 25-06-2024, LEE 23/4341 — RBNNE:2024:2422

Samenvatting

Vaststelling eigen bijdrage voor zorg op grond van de Wlz. De rechtbank beoordeelt de juistheid van de bijtelling van 4% van het vermogen bij de bepaling van het inkomen van eiseres dat beschikbaar is voor de betaling van de eigen bijdrage voor de zorg op grond van de Wlz. Eiseres heeft aangevoerd dat de eigen bijdrage buitenproportioneel is en heeft daartoe verwezen naar het arrest van de HR van 24 december 2021, waarin de HR in overweging 3.6.1. heeft overwogen dat de vermogensrendementsheffing in strijd is met het ongestoorde recht op eigendom en het verbod op discriminatie, zoals neergelegd in artikel 1 van het EP. Het arrest van de HR ziet naar het oordeel van de rechtbank op de heffing van inkomstenbelasting over rendement op vermogen en niet op de betaling van een eigen bijdrage voor geleverde zorg uit een deel van het vermogen van degene die de zorg zelf ontvangt (de vermogensinkomensbijtelling). De CRvB heeft bepaald dat de vermogensinkomensbijtelling een gerechtvaardigde inbreuk is op het eigendomsrecht, mede gelet op het feit dat de eigen bijdrage ten goede komt aan de bekostiging van de zorg van de verzekerde van wie de eigen bijdrage wordt geïnd. Ten aanzien van het beroep op het recht om een ‘decent profit’ te behalen oordeelt de rechtbank als volgt. Bij de eigen bijdrage gaat het om een prijs van een dienst die aan eiseres zelf wordt verleend, waarbij het een principiële keuze is dat niet alleen een deel van het inkomen, maar ook een deel van het vermogen dient te worden besteed om de kosten van de zorg die ze krijgt te betalen. Eiseres voert aan dat er in de huidige berekeningsmethode van de eigen bijdrage geen tegenbewijsregeling geldt, wat niet proportioneel is en daarmee niet gerechtvaardigd kan worden. Naar het oordeel van de rechtbank bestaat er wel een tegenwijsregeling, die echter inhoudt dat eiseres in een ander kader, namelijk bij de Belastingdienst bezwaar kan maken tegen de vaststelling van de hoogte van haar vermogen. De conclusie van de rechtbank is dat verweerder op juiste gronden 4% van (een deel van) het vermogen van eiseres heeft betrokken bij de berekening van de eigen bijdrage.

Betrokken advocaten

P. Venema

eiser

A. Mizab

eiser

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

25 juni 2024

Zaaknummer

LEE 23/4341

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:RBNNE:2024:2422

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBNNE:2026:859
Rechtbank Noord-Nederland·18 mrt 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
RBNNE:2026:1029
Rechtbank Noord-Nederland·18 mrt 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
RBNNE:2026:858
Rechtbank Noord-Nederland·18 mrt 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
RBNNE:2026:735
Rechtbank Noord-Nederland·27 feb 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
RBNNE:2026:774
Rechtbank Noord-Nederland·27 feb 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht