ECLI:NL:RBNNE:2024:3568, Rechtbank Noord-Nederland, 30-07-2024, 235928 — RBNNE:2024:3568
Samenvatting
De kinderrechter wijst het verzoek tot ondertoezichtstelling af. De grootste zorg over de opvoedsituatie en de ontwikkeling van het kind (huiselijk geweld) is in de afgelopen periode weggenomen. Wel blijven er zorgen bestaan over wat het kind heeft meegemaakt en welk patroon de moeder laat zien in haar partnerkeuzes, welke zorgen als ontwikkelingsbedreiging kunnen worden aangemerkt. Voor het wegnemen van die zorgen is het van belang dat de moeder aan zichzelf gaat werken en dat wordt bezien of het kind hulp nodig heeft. Nu de moeder tijdens de mondelinge behandeling een duidelijke bereidheid daartoe heeft getoond, ziet de kinderrechter geen aanleiding om te twijfelen dat zij die hulpverlening in het vrijwillig kader zal inzetten en ook zal benutten. De kinderrechter verwacht daarom dat het vrijwillig kader toereikend zal zijn voor de verder te zetten stappen. De kinderrechter komt daarmee tot de conclusie dat niet aan de wettelijke eisen voor een ondertoezichtstelling wordt voldaan.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:2038, Rechtbank Den Haag, 06-02-2026, NL25.18683
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1352, Rechtbank Den Haag, 28-01-2026, NL25.49346 en NL25.49350
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1360, Rechtbank Den Haag, 28-01-2026, NL25.49358
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:892, Rechtbank Den Haag, 21-01-2026, NL24.48275
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
30 juli 2024
Instantie
Rechtbank Noord-NederlandRechtsgebied
Civiel Recht; Personen- En FamilierechtZaaknummer
235928
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2024:3568