ECLI:NL:RBNNE:2024:4734, Rechtbank Noord-Nederland, 03-12-2024, 18-042371-23 — RBNNE:2024:4734
Samenvatting
Integrale vrijspraak. Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij, samen met de medeverdachten, heeft nagelaten om (tijdig) medische hulp in te schakelen voor een man die na het innemen van een brok MDMA (in combinatie met alcohol) spastische bewegingen heeft gemaakt, buiten bewustzijn is geraakt en vervolgens is overleden. De rechtbank spreekt vrij van dood door schuld omdat niet vastgesteld kan worden dat het nalaten om medische hulp in te schakelen een noodzakelijke factor is geweest in de keten van gebeurtenissen die tot het overlijden van het slachtoffer hebben geleid. In elk geval heeft dit nalaten het risico op het overlijden niet in zodanige mate verhoogd, dat zijn overlijden redelijkerwijs aan de verdachten kan worden toegerekend. Voorts vrijspraak voor diefstal van het geld van het slachtoffer en het wegnemen en verplaatsen van zijn overleden lichaam (artikel 150 Sr) nu niet vastgesteld kan worden dat verdachte hierbij betrokken is geweest.
Betrokken advocaten
mr. D.P. Menting
verdachte
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1966, Rechtbank Den Haag, 05-02-2026, NL25.59453
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBNNE:2026:259, Rechtbank Noord-Nederland, 03-02-2026, 18-035016-25
Rechtbank Noord-Nederland · Strafrecht; Materieel Strafrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1590, Rechtbank Den Haag, 30-01-2026, NL25.59455 en NL25.59456
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1586, Rechtbank Den Haag, 30-01-2026, NL25.59457
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
3 december 2024
Instantie
Rechtbank Noord-NederlandRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
18-042371-23
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2024:4734