ECLI:NL:RBNNE:2025:4785, Rechtbank Noord-Nederland, 13-11-2025, 25/564 — RBNNE:2025:4785
Samenvatting
Deze uitspraak gaat over het toepassen van maatwerk in een immateriële schadezaak. Het Instituut heeft in het bestreden besluit € 7.500,- aan immateriële schade aan eiser toegekend. Daarbij heeft het Instituut betrokken dat bij eiser de (voorlopige) diagnose PTSS is vastgesteld. De rechtbank is van oordeel dat het Instituut onvoldoende heeft gemotiveerd dat een bedrag van € 7.500,- billijk is in dit geval. De rechtbank voorziet zelf in de zaak en komt alles overziend tot de conclusie dat in het geval van eiser sprake is van een zeer bijzondere situatie. In dit specifieke geval acht de rechtbank een bedrag van € 15.000,- billijk, in de zin van passend en ruimhartig. Daarbij betrekt de rechtbank onder andere dat bij eiser sprake is van geestelijk letsel in de vorm van PTSS die in belangrijke mate impact heeft op het leven en functioneren van eiser, zowel privé als op zijn arbeidsleven. Verder kan worden aangenomen dat naast het geestelijk letsel ook sprake is van een andere aantasting in de persoon in de vorm van hinder en een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer. Eiser heeft namelijk tweemaal zijn woning moeten verlaten. De eerste keer moest hij zijn woning op stel en sprong verlaten nadat bleek dat sprake was van direct instortingsgevaar, waarna hij met zijn gezin voor langere tijd in een hotel moest verblijven. Eiser en zijn gezin zijn hierdoor ongewenst in de publiciteit gekomen. Eiser heeft verder vanwege de langdurige onzekerheid zelf investeringen gedaan in beide woningen, terwijl uiteindelijk bleek dat de woningen moesten worden gesloopt. Daarnaast is met deze procedure procedureel leed toegevoegd. Het Instituut heeft eiser, ondanks dat hij gegevens met betrekking tot zijn medische situatie heeft overgelegd, geen gelegenheid geboden om nogmaals te worden gehoord en zij heeft eiser in weerwil van eerder gemaakte afspraken evenmin gelegenheid geboden om een externe medische deskundige naar zijn zaak te laten kijken. Dit had met een goede inrichting van de maatwerkprocedure en duidelijke communicatie en het houden aan afspraken kunnen worden voorkomen.
Betrokken advocaten
mr. R.D. Langezaal
eiser
mr. K.A. Emelkamp
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:633, Raad van State, 04-02-2026, 202505603/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2026:630, Raad van State, 04-02-2026, 202505733/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:6340, Raad van State, 24-12-2025, 202503298/1/A2 en 202504458/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBNHO:2025:13987, Rechtbank Noord-Holland, 17-11-2025, HAA 24/7980
Rechtbank Noord-Holland · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
13 november 2025
Instantie
Rechtbank Noord-NederlandRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
25/564
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2025:4785