ECLI:NL:RBNNE:2025:5215, Rechtbank Noord-Nederland, 16-12-2025, LEE 24/1514 — RBNNE:2025:5215
Samenvatting
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen omgevingsvergunning voor uitbreiden watersportlocatie op het Gaastereiland in De Wilgen. De rechtbank is van oordeel dat het college terecht heeft geconcludeerd dat eiseres geen belanghebbende is bij de omgevingsvergunning. Niet gebleken is dat eiseres in de relevante periode feitelijke werkzaamheden heeft verricht met het oog op de behartiging van de doelstelling in haar statuten. Een deel van de door eiseres overgelegde stukken dateert van vóór haar oprichting, dan wel van ná de hiervoor genoemde periode. Uit die stukken kan daarom niet worden afgeleid dat sprake is van feitelijke werkzaamheden. Uit de stukken van eiseres die zien op haar oprichting blijkt evenmin dat sprake is van relevante feitelijke werkzaamheden ter behartiging van haar belangen. Het gaat daarbij om de door eiseres overgelegde circulaires en brieven die eiseres aan verschillende burgers en instanties heeft verstuurd, over haar oprichting en doelstelling. Daarnaast geldt dat het louter in rechte opkomen tegen besluiten niet wordt aangemerkt als het verrichten van feitelijke werkzaamheden, zodat uit die stukken alleen niet kan worden afgeleid dat sprake is van feitelijke werkzaamheden. Het gaat dan om de door eiseres overgelegde brieven van eiseres aan (bestuursorganen van) van de gemeente Smallingerland. Ook de door eiseres zo genoemde circulaire van 8 april 2021, het samen met de Vereniging van Eigenaren De Sanding gedane voorstel met betrekking tot het pontje van Drachten naar Eibertsgeasten en de e-mailberichten daarover aan raadsfracties en de achterban van eiseres zijn processtukken als hiervoor bedoeld. Verder kan uit de stukken die niet van eiseres zelf afkomstig zijn, niet worden afgeleid dat sprake is van het door eiseres verrichten van feitelijke werkzaamheden. Ook uit stukken die enkel op persoonlijke titel door de voorzitter van eiseres zijn opgesteld en verstuurd kunnen naar het oordeel van de rechtbank géén feitelijke werkzaamheden van eiseres worden afgeleid. De rechtbank betrekt daarbij dat uit de stukken volgt dat de voorzitter die stukken uit eigen naam en niet namens eiseres heeft opgesteld en verstuurd. Tot slot kan de rechtbank uit de door eiseres overgelegde feitenrelazen en algemene beschrijvingen van het Gaastereiland niet afleiden dat sprake is van feitelijke werkzaamheden. Onduidelijk is met welk doel deze beschrijvingen zijn opgesteld. Het college heeft het bezwaarschrift van eiseres terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is ongegrond.
Betrokken advocaten
F. Doting
eiser
H. Doeven
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNNE:2025:3068, Rechtbank Noord-Nederland, 24-07-2025, LEE 25/2118
Rechtbank Noord-Nederland · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RBNNE:2025:269, Rechtbank Noord-Nederland, 28-01-2025, 24/4763 en 24/3595
Rechtbank Noord-Nederland · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBNNE:2024:4793, Rechtbank Noord-Nederland, 03-12-2024, LEE 21-1937
Rechtbank Noord-Nederland · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBNNE:2023:3689, Rechtbank Noord-Nederland, 04-09-2023, 22-1214
Rechtbank Noord-Nederland · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
16 december 2025
Instantie
Rechtbank Noord-NederlandRechtsgebied
Bestuursrecht; BestuursprocesrechtZaaknummer
LEE 24/1514
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2025:5215