ECLI:NL:RBNNE:2025:5628, Rechtbank Noord-Nederland, 19-12-2025, LEE 25/3422 — RBNNE:2025:5628
Samenvatting
In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen een beschikking tot invordering van een dwangsom. Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Verzoeker heeft niet gereageerd op herhaalde verzoeken van de voorzieningenrechter om zijn spoedeisend belang te onderbouwen. Het is de voorzieningenrechter dan ook niet gebleken dat verzoeker in financiële nood dreigt te komen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is daarom geen sprake van een spoedeisend belang.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2023:3471, Raad van State, 13-09-2023, 202101198/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBNNE:2023:2645, Rechtbank Noord-Nederland, 30-06-2023, 23/2166,23/2373, 23/2374,23/2375
Rechtbank Noord-Nederland · Bestuursrecht
ECLI:NL:GHSHE:2021:3323, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 04-11-2021, 200.295.689_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:RBNNE:2018:1149, Rechtbank Noord-Nederland, 14-03-2018, LEE 17 / 319
Rechtbank Noord-Nederland · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
19 december 2025
Instantie
Rechtbank Noord-NederlandRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
LEE 25/3422
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2025:5628