Zorginstelling mag huurder ontruimen na mishandeling begeleider — RBNNE:2026:1012
ontruiming woning / beëindiging begeleidingsovereenkomst en huurovereenkomst zorginstelling
Eiser / verzoeker
LIMOR (Landelijke Instelling voor Maatschappelijke Ondersteuning en Rehabilitatie)
Verweerder / gedaagde
gedaagde (naam geanonimiseerd)
Gedaagde moet de woning binnen veertien dagen ontruimen en een gebruiksvergoeding van €630,99 per maand betalen tot de dag van ontruiming, plus €1.013,02 aan proceskosten.
- Begeleidingsovereenkomst en huurovereenkomst zijn onlosmakelijk verbonden: gedaagde heeft geen recht op wettelijke huurbescherming omdat het zorgelement overheerst.
- Mishandeling van een medewerker, overlastmeldingen en het niet meewerken aan begeleiding leveren voldoende grond op voor directe beëindiging van de begeleidingsovereenkomst.
- Beëindiging van de begeleidingsovereenkomst leidt automatisch tot beëindiging van de huurovereenkomst op grond van de contractuele bepalingen.
- Verstek verleend: gedaagde verscheen niet en weerlegde de stellingen van LIMOR niet.
- Belang van LIMOR om de woning opnieuw ter beschikking te stellen aan andere cliënten weegt zwaarder dan het woonbelang van gedaagde; vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Samenvatting
Een zorginstelling uit Leeuwarden, LIMOR, heeft in kort geding gedwongen ontruiming afgedwongen van een cliënt die weigerde zijn woning te verlaten nadat zijn begeleidingsovereenkomst was beëindigd. De kantonrechter in Groningen wees de vordering volledig toe.
LIMOR biedt maatschappelijke ondersteuning en rehabilitatie aan mensen die begeleiding nodig hebben. Daarbij stelt de organisatie ook tijdelijke woonruimte beschikbaar: de woning is onlosmakelijk verbonden aan de zorgbegeleiding. In november 2024 sloot LIMOR een begeleidingsovereenkomst met de bewoner en in juni 2025 volgde een tijdelijke huurovereenkomst voor een woning in zijn woonplaats.
Er ontstonden al snel problemen. Omwonenden klaagden over overlast, en de bewoner werkte niet mee aan de afgesproken begeleiding. LIMOR stuurde in oktober en december 2025 twee schriftelijke waarschuwingen. Desondanks escaleerde de situatie: op 29 december 2025 mishandelde de bewoner een medewerker van LIMOR, waarna de organisatie aangifte deed. Begin januari 2026 zegde LIMOR de begeleidingsovereenkomst op en sommeerde ze de bewoner de woning vrijwillig te verlaten. Hij weigerde.
De kern van de rechtszaak draaide om de vraag of de bewoner aanspraak kon maken op huurbescherming. Normaal gesproken biedt de wet huurders stevige bescherming tegen ontruiming. Maar de kantonrechter oordeelde dat hier sprake is van een bijzondere situatie: de begeleidingsovereenkomst en de huurovereenkomst zijn zo nauw met elkaar verweven dat het zorgelement de boventoon voert. Beide contracten bepalen uitdrukkelijk dat de huurovereenkomst eindigt zodra de begeleiding stopt. De bewoner heeft daarmee geen recht op gewone huurbescherming.
Vervolgens beoordeelde de rechter of LIMOR de begeleidingsovereenkomst terecht had beëindigd. De bewoner verscheen niet op de zitting en voerde dus geen verweer. De onweersproken feiten — aanhoudende overlast, het niet meewerken aan begeleiding en het mishandelen van een medewerker — leveren volgens de kantonrechter voldoende grond op voor directe beëindiging van de overeenkomst. Met de begeleidingsovereenkomst eindigde automatisch ook de huurovereenkomst.
Omdat LIMOR de woning wil kunnen gebruiken voor andere cliënten die begeleiding nodig hebben, en de bewoner geen recht meer heeft op de woning, woog het belang van LIMOR zwaarder dan het woonbelang van de gedaagde. De rechter verklaarde het vonnis direct uitvoerbaar, zodat LIMOR niet hoeft te wachten op een eventueel hoger beroep.
De kantonrechter veroordeelde de bewoner om de woning binnen veertien dagen na betekening van het vonnis te ontruimen en de sleutels in te leveren. Daarnaast moet hij vanaf 1 maart 2026 een gebruiksvergoeding betalen van ruim 630 euro per maand totdat hij de woning daadwerkelijk heeft verlaten, vermeerderd met de wettelijke rente. Ook de proceskosten van ruim duizend euro komen voor zijn rekening.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBOVE:2025:7372, Rechtbank Overijssel, 16-12-2025, 11977332 \ CV EXPL 25-3652
Rechtbank Overijssel · Civiel Recht
ECLI:NL:RBOVE:2025:6978, Rechtbank Overijssel, 02-12-2025, 11826893 \ CV EXPL 25-2359
Rechtbank Overijssel · Civiel Recht
ECLI:NL:RBOVE:2025:4743, Rechtbank Overijssel, 15-07-2025, 11448830 \ CV EXPL 24-4424
Rechtbank Overijssel · Civiel Recht
ECLI:NL:RBOVE:2025:4381, Rechtbank Overijssel, 01-07-2025, 11648764 \ CV EXPL 25-1238
Rechtbank Overijssel · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
30 maart 2026
Instantie
Rechtbank Noord-NederlandRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
12084099 \ VV EXPL 26-8
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:1012