Minderjarige Leeuwarder plantte bomaanslagen op Belgisch Parlement en vliegbasis — RBNNE:2026:1023
terrorisme / voorbereiding bomaanslagen / opruiing / minderjarige verdachte
Eiser / verzoeker
Openbaar Ministerie
Verweerder / gedaagde
Minderjarige verdachte (geboren 2011)
De rechtbank heeft feit 1 primair (voorbereiding terroristische aanslagen) en feit 2 (opruiing) bewezen verklaard; de strafoplegging is niet opgenomen in het gepubliceerde vonnis.
- Verdachte probeerde via Telegram iemand te werven om een bom tot ontploffing te brengen bij het Belgisch Parlement, met een aangeboden beloning van 1.500 euro.
- Verdachte vervaardigde een instructievideo met screenshots van vliegbasis Deelen om een aanslag op de landingsbaan voor te bereiden.
- Terroristisch oogmerk werd aangenomen: verdachte wilde chaos en opstand creëren om de Nederlandse regering te laten aftreden.
- Verdachte deed in openbare Telegramgroepen, waarvan hij zelf oprichter was, herhaaldelijk oproepen tot geweld, revolutie en opstand.
- Rechtbank verklaarde feit 1 primair (voorbereiding terroristische aanslagen, art. 96 lid 2 Sr) en feit 2 (opruiing met terroristisch oogmerk) bewezen op basis van bekennende verklaringen.
Samenvatting
Een minderjarige jongen uit Leeuwarden, geboren in 2011, stond terecht wegens het voorbereiden van terroristische aanslagen op het Belgisch Parlement in Brussel en vliegbasis Deelen. Daarnaast werd hij beschuldigd van opruiing in openbare Telegramgroepen, waarbij hij opriep tot geweld en revolutie.
De zaak draait om berichten en plannen die de verdachte stuurde via Telegram in de periode oktober tot november 2024. Via een openbare chatgroep zocht hij iemand die geld wilde verdienen. Toen iemand reageerde, gaf hij die persoon instructies om een tas met een bom op te halen en die tot ontploffing te brengen bij het adres van het Belgisch Parlement in Brussel. Als beloning bood de verdachte 1.500 euro aan, waarvan 200 euro vooruit betaald zou worden. De aanslag ging uiteindelijk niet door doordat de andere persoon niet meer reageerde.
Naast het Brusselse plan had de verdachte ook oog op vliegbasis Deelen in Nederland. Hij maakte een video en screenshots van de basis via Google Maps, voorzien van een computerstem die exact uitlegde hoe het terrein betreden kon worden, welke route gevolgd moest worden en waar explosieven geplaatst konden worden. Hij bewaarde dit materiaal en stuurde het naar een tweede eigen account. Zijn redenering: een aanslag op een grote militaire basis zou de stabiliteit van het Nederlandse leger aantasten, rellen en opruiing veroorzaken en uiteindelijk de val van de Nederlandse regering bewerkstelligen.
Dat politieke einddoel liep als een rode draad door zijn handelen. Ook in openbare Telegramgroepen — waarvan hij zelf oprichter was — deelde hij oproepen tot geweld en revolutie. Hij schreef onder meer: 'We moeten in opstand', 'Aan wapens komen en revolutie' en 'Eerst ervoor zorgen dat er een reden is dat het volk in opstand komt, dus chaos creëren.' De berichten verschenen in een context waarin ook anderen opriepen tot geweld tegen vreemdelingen.
De verdediging voerde geen bewijsverweren; de advocaat liet het oordeel over bewezenverklaring aan de rechtbank over. De verdachte had eerder in politieverhoren en opnieuw ter zitting duidelijk en ondubbelzinnig bekend. De rechtbank kon daarom volstaan met een beknopte opsomming van de bewijsmiddelen.
De rechtbank oordeelde dat beide plannen voldoende concreet waren om te spreken van voorbereiding en bevordering van een ontploffing met terroristisch oogmerk. Het opzet van de verdachte was gericht op de ontploffingen zelf; dat de aanslagen uiteindelijk niet plaatsvonden, doet daar niet aan af. Ook de opruiende berichten in de Telegramgroepen leverden een strafbaar feit op. De rechtbank verklaarde zowel feit 1 primair als feit 2 bewezen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHARL:2026:459, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 27-01-2026, 21-003309-23
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Strafrecht; Strafprocesrecht
ECLI:NL:RBNNE:2025:5003, Rechtbank Noord-Nederland, 09-12-2025, 18/406920-24
Rechtbank Noord-Nederland · Strafrecht; Materieel Strafrecht
ECLI:NL:RBNNE:2025:4895, Rechtbank Noord-Nederland, 02-12-2025, 18.173156.25, 18.030548.24 (TUL) en 18.250021.23 (TUL)
Rechtbank Noord-Nederland · Strafrecht; Materieel Strafrecht
ECLI:NL:RBNNE:2025:4894, Rechtbank Noord-Nederland, 02-12-2025, 18.173153.25
Rechtbank Noord-Nederland · Strafrecht; Materieel Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
31 maart 2026
Instantie
Rechtbank Noord-NederlandRechtsgebied
Strafrecht; Materieel StrafrechtZaaknummer
18.124322.25
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:1023