Rechter verlaagt ontneming hennepkwekerij fors naar ruim €12.000 — RBNNE:2026:1061
ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel / hennepteelt
Eiser / verzoeker
Officier van justitie (Openbaar Ministerie)
Verweerder / gedaagde
Veroordeelde
Veroordeelde moet €12.710,86 aan de staat betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt, aanzienlijk minder dan de gevorderde €55.691,56.
- Rechtbank acht verklaring over weggegooid eerste oogst ongeloofwaardig en rekent één volledige oogst van 280 planten als behaald voordeel toe
- Bruto-opbrengst vastgesteld op €31.566,92 op basis van standaardrapport FPA, minus €6.145,20 aan directe kosten = netto voordeel €25.421,72
- Voordeel gehalveerd tot €12.710,86 op grond van de door veroordeelde zelf verklaarde 50/50-verdeling met mededader
- Vordering van het OM van €55.691,56 grotendeels afgewezen doordat rechtbank uitging van minder oogsten dan het OM berekende
- Kosten van de in beslag genomen (niet verkochte) oogst komen niet voor aftrek in aanmerking
Samenvatting
Een man uit Noord-Nederland werd veroordeeld voor het medeplegen van hennepteelt en moest vervolgens ook in een aparte ontnemingsprocedure verantwoording afleggen over de winst die hij daarmee had gemaakt. De officier van justitie eiste aanvankelijk bijna €56.000 aan wederrechtelijk verkregen voordeel, maar de rechtbank kwam uiteindelijk uit op een veel lager bedrag.
De zaak draaide om een hennepkwekerij die in februari 2024 door de politie werd ontdekt. De man beweerde dat er slechts twee keer was geoogst, telkens 280 planten, en dat de eerste oogst mislukt en weggegooid was. De tweede oogst was aangetroffen en in beslag genomen door de politie, zodat hij daar evenmin aan verdiend had. Zijn conclusie: hij had geen enkel voordeel genoten.
De rechtbank volgde die redenering maar gedeeltelijk. In de onderliggende strafzaak werd de veroordeelde al gevolgd in zijn verklaring dat hij twee aparte oogsten had gehad van elk 280 planten — en niet, zoals het OM vermoedde, meerdere gelijktijdige oogsten in verschillende ruimtes. Maar de bewering dat de eerste oogst onbruikbaar zou zijn geweest en weggegooid, achtte de rechtbank ongeloofwaardig. De tweede oogst lag immers gewoon bruikbaar in het pand toen de politie binnenviel, en er was geen enkele aanwijzing dat die eerste oogst wél onverkoopbaar zou zijn geweest.
Voor de berekening van het voordeel ging de rechtbank daarom uit van één oogst van 280 planten waarmee daadwerkelijk geld verdiend was. Daarbij maakte de rechtbank gebruik van de standaardcijfers uit het rapport van het Functioneel Parket Afpakken over hennepopbrengsten bij binnenteelt onder kunstlicht. Op basis van 27,7 gram per plant en een prijs van €4.070 per kilogram becijferde de rechtbank een bruto-opbrengst van ruim €31.500. Daar werden de gemaakte kosten van afgetrokken: stekken, elektriciteit, variabele teeltkosten en afschrijving van materiaal. Die kostenpost bedroeg samen ruim €6.100, waardoor het netto voordeel uitkwam op ongeveer €25.400.
De veroordeelde had bij de politie verklaard dat hij de opbrengsten fifty-fifty zou delen met zijn mededader. De rechtbank hield dat voor betrouwbaar en deelde het berekende voordeel dan ook door twee. Daarmee kwam het aan de veroordeelde toe te rekenen bedrag uit op €12.710,86.
De rechtbank legde de man dan ook de verplichting op dit bedrag aan de staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Voor het geval hij niet betaalt, kan maximaal 88 dagen gijzeling worden gevorderd.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNNE:2026:262, Rechtbank Noord-Nederland, 03-02-2026, 18/304609-24
Rechtbank Noord-Nederland · Strafrecht; Materieel Strafrecht
ECLI:NL:GHARL:2026:485, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28-01-2026, 21-002975-24
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Strafrecht; Strafprocesrecht
ECLI:NL:GHARL:2025:8158, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18-12-2025, 200.356.304/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
ECLI:NL:RBNNE:2025:5126, Rechtbank Noord-Nederland, 12-12-2025, 18/389715-24
Rechtbank Noord-Nederland · Strafrecht; Materieel Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 maart 2026
Instantie
Rechtbank Noord-NederlandRechtsgebied
Strafrecht; Materieel StrafrechtZaaknummer
18.335381.23 ontneming
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:1061