Juristi.nl
ECLI:NL:RBNNE:2026:1066Bestuursrecht

Wrakingsverzoek tegen bestuursrechter afgewezen als kennelijk ongegrond — RBNNE:2026:1066

wraking rechter / rechterlijke onpartijdigheid

Eiser / verzoeker

Verzoeker (naam niet vermeld)

VS

Verweerder / gedaagde

Mr. P.G. Wijtsma, bestuursrechter Rechtbank Noord-Nederland

Het wrakingsverzoek is kennelijk ongegrond verklaard en de twee bestuursrechtelijke procedures worden voortgezet.

  • Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond: verzoeker heeft geen concrete feiten of omstandigheden aangedragen die wijzen op vooringenomenheid of objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor.
  • Beweerde valse verklaringen over functietitel en definitief besluit zijn door de rechter gemotiveerd weersproken en niet door verzoeker onderbouwd.
  • Voor zover het verzoek betrekking had op eerdere procedures waarin al uitspraak was gedaan, was het verzoek te laat ingediend en daarmee eveneens kennelijk ongegrond.
  • Bij kennelijke ongegrondheid kan de wrakingskamer de mondelinge behandeling achterwege laten conform het Wrakingsprotocol.

Samenvatting

Een man diende een wrakingsverzoek in tegen een bestuursrechter van Rechtbank Noord-Nederland. Hij wilde dat mr. P.G. Wijtsma zou worden uitgesloten van de behandeling van twee bestuursrechtelijke procedures die draaiden om de vernietiging van besluiten van het UWV.

De verzoeker legde aan zijn verzoek twee gronden ten grondslag. Ten eerste stelde hij dat de rechter zich al inhoudelijk had uitgesproken over een kwestie waarbij ook betrokkenheid bij andere besluiten speelde, wat volgens hem in strijd was met de rechterlijke onafhankelijkheid. Ten tweede beschuldigde de verzoeker de rechter ervan in eerdere procedures valse verklaringen te hebben gedaan. Zo zou de rechter ten onrechte hebben gesteld dat de verzoeker werkzaam was als financieel directeur, en dat een bepaald besluit uit 2021 al definitief was, terwijl beide beweringen onjuist zouden zijn.

De rechter berustte niet in het verzoek en verweerde zich per brief. Hij ontkende betrokken te zijn geweest bij de UWV-besluiten die centraal stonden in de zaken. Ook stelde hij dat de verzoeker niet had onderbouwd waarom sprake zou zijn van vooringenomenheid. Over de beweerde valse verklaringen was hij helder: hij had in zijn uitspraken nooit overwogen dat de verzoeker financieel directeur was geweest, noch dat een besluit uit 2021 definitief was.

De wrakingskamer beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Het uitgangspunt daarbij is dat een rechter op grond van zijn aanstelling vermoed wordt onpartijdig te zijn. Alleen uitzonderlijke omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing vormen voor vooringenomenheid — of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor — kunnen tot wraking leiden. Het subjectieve oordeel van de verzoeker alleen is daarvoor niet voldoende.

De rechtbank concludeerde dat de verzoeker geen concrete feiten of omstandigheden had aangedragen die wijzen op vooringenomenheid van de rechter, of op een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. Het verzoek werd daarmee als kennelijk ongegrond beschouwd. Voor zover de wrakingsgronden betrekking hadden op eerdere procedures waarbij al uitspraak was gedaan, gold bovendien dat het verzoek te laat was ingediend, zodat ook dat deel van het verzoek kennelijk ongegrond was.

Because het verzoek kennelijk ongegrond was, zag de wrakingskamer af van een mondelinge behandeling. De rechtbank verklaarde het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond en bepaalde dat de twee lopende procedures worden voortgezet in de stand waarin zij zich bevonden op het moment van indiening van het verzoek.

Gegevens

Datum uitspraak

1 april 2026

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

C/18/254326 / KG RK 26/204

Procedure

Wraking

ECLI

ECLI:NL:RBNNE:2026:1066

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBNNE:2026:1122
Rechtbank Noord-Nederland·9 april 2026
Bestuursrecht
Rechter wijst schorsing dwangsominvordering boerenwinkel af
Rechtbank Noord-Nederland·31 maart 2026
Bestuursrecht
Rechtbank staat Skaeve Huse in Harkstede toe ondanks bezwaren buurtbewoners
Rechtbank Noord-Nederland·27 maart 2026
Bestuursrecht