Groninger man veroordeeld voor drie scooterbranden en diefstal in Leeuwarden — RBNNE:2026:1090
brandstichting / vernieling / diefstal
Eiser / verzoeker
Openbaar Ministerie
Verweerder / gedaagde
Verdachte
Verdachte veroordeeld voor medeplegen van vernieling, twee brandstichtingen en diefstal; vrijgesproken van brandstichting met gemeen gevaar bij het eerste feit.
- Vrijspraak voor brandstichting met gemeen gevaar bij het eerste feit (3 augustus 2025): onvoldoende bewijs dat struiken of bosschages in de buurt stonden
- Wel medeplegen van vernieling bewezen voor eerste brand: verdachte faciliteerde door vervoer en toegang tot benzine te bieden
- Bij tweede brand (7 oktober 2025) wel gemeen gevaar aangenomen: zwartgeblakerd wegdek toont voorzienbare schade door brand met brandbare vloeistof
- Medeplegen vereist nauwe en bewuste samenwerking; pogingen tot ontmoedigen heffen opzet niet op als verdachte uiteindelijk meewerkt
- Verdachte ook veroordeeld voor derde brandstichting (10 oktober 2025) en winkeldiefstal (6 augustus 2025)
Samenvatting
Een man uit Groningen stond terecht voor drie brandstichtingen van deelscooters van het bedrijf Check in Leeuwarden en een winkeldiefstal. De rechtbank Noord-Nederland deed op 3 april 2026 uitspraak in deze zaak.
De eerste brand vond plaats op 3 augustus 2025. De man reed samen met zijn vriendin op zijn scooter naar een deelscooter van Check. De vriendin had benzine in de buddyseat van zijn scooter bewaard. Toen ze bij de deelscooter stonden, opende de man de buddyseat, waarna zijn vriendin de benzine eruit haalde en de scooter in brand stak. De man beweerde dat hij had geprobeerd haar ervan te weerhouden, maar de rechtbank oordeelde dat hij desondanks bewust had meegedaan. Hij was meegegaan, had het transport verzorgd en de benzine bereikbaar gemaakt. Daarmee was er sprake van medeplegen van vernieling, hoewel brandstichting met gemeen gevaar niet bewezen kon worden omdat onduidelijk bleef of er struiken of bosschages in de buurt stonden.
Bij de tweede brand, op 7 oktober 2025, stak de man zelf een deelscooter in brand met een aansteker en benzine. Foto's toonden dat het wegdek rondom de scooter zwartgeblakerd was geraakt. De rechtbank oordeelde dat hiermee wel degelijk sprake was van gemeen gevaar voor goederen: het is algemeen voorzienbaar dat het in brand steken van een voertuig met brandbare vloeistof schade aan het wegdek kan veroorzaken. Dit feit werd dan ook bewezen verklaard als brandstichting.
Ook de derde brand, op 10 oktober 2025, was volgens de rechtbank bewezen. De man had dit feit duidelijk en ondubbelzinnig bekend. Verder werd hij veroordeeld voor een winkeldiefstal op 6 augustus 2025, waarbij hij verzorgingsproducten en/of voedingsmiddelen had weggenomen uit een winkel in Leeuwarden.
De rechtbank legde de man een gevangenisstraf op van 180 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast moet hij een schadevergoeding betalen aan Check voor de vernielde scooters. De tijd die hij al in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, wordt op de straf in mindering gebracht.
Betrokken advocaten
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2025:9408, Rechtbank Amsterdam, 27-11-2025, 13-239923-25
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Europees Strafrecht
ECLI:NL:GHARL:2025:5891, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25-09-2025, 21-003746-23
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Strafrecht
ECLI:NL:GHARL:2025:5729, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18-09-2025, 21-003887-23
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Strafrecht; Strafprocesrecht
ECLI:NL:RBNNE:2025:3499, Rechtbank Noord-Nederland, 02-09-2025, 18-191216-23
Rechtbank Noord-Nederland · Strafrecht; Materieel Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
3 april 2026
Instantie
Rechtbank Noord-NederlandRechtsgebied
Strafrecht; Materieel StrafrechtZaaknummer
18-267676-25
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:1090