ECLI:NL:RBNNE:2026:334, Rechtbank Noord-Nederland, 09-02-2026, 18-105874-24 — RBNNE:2026:334
Samenvatting
Op 26 september 2023 heeft op de weg N383, de Westergoawei, een frontale botsing plaatsgevonden tussen een taxibus en een lijnbus van Arriva. Hierbij zijn twee jonge kinderen die achter in de taxibus zaten en de chauffeur van de lijnbus gewond geraakt. Bij de hulpverleners is direct na het ongeluk een vermoeden ontstaan dat de bestuurster van de taxibus onder invloed was van verdovende middelen. Een bloedonderzoek heeft dit vermoeden bevestigd: de bestuurster was onder invloed van GHB. De politie heeft daarnaast op de plaats van het ongeval onderzoek verricht en daaruit is gebleken dat de taxibus op de rijstrook voor het tegengestelde verkeer is gaan rijden. De bestuurster van de taxibus is toen als verdachte aangemerkt. Verdachte was ten tijde van het verkeersongeval taxichauffeur en zij was verantwoordelijk voor het veilige vervoer van jonge kinderen. Op haar rustte gelet op haar verantwoordelijkheden als beroepschauffeur een verzwaarde zorgplicht om extra oplettend en voorzichtig te zijn in het verkeer. De rechtbank stelt vast dat verdachte onder invloed van GHB en zonder enige noodzaak daartoe op de weghelft bestemd voor het tegengestelde verkeer is gaan rijden. De rechtbank oordeelt dat verdachte hiermee zeer onzorgvuldig, onoplettend en onachtzaam heeft gehandeld. Zij is ten opzichte van iemand in een vergelijkbare functie en hoedanigheid tekortgeschoten in het naleven van de van haar verwachte zorgvuldigheid. De rechtbank acht bewezen dat zij een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft veroorzaakt. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. Aan het voorwaardelijke strafdeel worden bijzondere voorwaarden verbonden. Daarnaast wordt aan verdachte een rijontzegging voor de duur van 3 jaren opgelegd. De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van de straf de landelijk gehanteerde oriëntatiepunten voor soortgelijke zaken als uitgangspunt genomen. Daarbij heeft de rechtbank ook meegewogen dat verdachte te lang op de behandeling van haar strafzaak heeft moeten wachten. De rechtbank beseft dat de opgelegde straf niet de schadelijke gevolgen van dit verkeersongeval zal wegnemen en dat de slachtoffers, zoals is gebleken uit de spreekrechtverklaringen, nog steeds dagelijks last ondervinden van deze gevolgen.
Betrokken advocaten
mr. R. Janssens
verdachte
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNNE:2025:5003, Rechtbank Noord-Nederland, 09-12-2025, 18/406920-24
Rechtbank Noord-Nederland · Strafrecht; Materieel Strafrecht
ECLI:NL:RBNNE:2025:4894, Rechtbank Noord-Nederland, 02-12-2025, 18.173153.25
Rechtbank Noord-Nederland · Strafrecht; Materieel Strafrecht
ECLI:NL:RBNNE:2025:4895, Rechtbank Noord-Nederland, 02-12-2025, 18.173156.25, 18.030548.24 (TUL) en 18.250021.23 (TUL)
Rechtbank Noord-Nederland · Strafrecht; Materieel Strafrecht
ECLI:NL:RBNNE:2025:4808, Rechtbank Noord-Nederland, 25-11-2025, 18/080173-25
Rechtbank Noord-Nederland · Strafrecht; Materieel Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
9 februari 2026
Instantie
Rechtbank Noord-NederlandRechtsgebied
Strafrecht; Materieel StrafrechtZaaknummer
18-105874-24
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:334