Rechter ontneemt veroordeelde €4.973 uit afpersingswinst — RBNNE:2026:974
ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel / witwassen en medeplichtigheid aan afpersing
Eiser / verzoeker
Officier van justitie (Openbaar Ministerie)
Verweerder / gedaagde
Veroordeelde
Veroordeelde moet €4.973,60 aan de staat betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, na aftrek van €150 schadevergoeding aan een benadeelde partij.
- De rechtbank stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €5.123,60, zijnde 20% van de totale Tikkie-opbrengsten van €25.618 die via de bankrekening van veroordeelde liepen.
- Het verweer dat slechts een deel van de Tikkie-betalingen criminele herkomst had, werd verworpen omdat veroordeelde zelf verklaarde 'heel veel mensen te hebben opgelicht' en geen alternatieve verklaring gaf.
- De overschrijding van de redelijke termijn leidt niet tot vermindering van de ontnemingsmaatregel, omdat deze al is gecompenseerd via strafmatiging in de hoofdzaak.
- De toegekende schadevergoeding van €150 aan de benadeelde partij wordt in mindering gebracht op de betalingsverplichting, ook al is het vonnis nog niet onherroepelijk.
- De betalingsverplichting wordt vastgesteld op €4.973,60, met een maximale gijzeling van 99 dagen bij niet-betaling.
Samenvatting
Een man die zijn bankrekening beschikbaar stelde voor een grootschalige afpersings- en chantageoperatie moet ruim vierduizend euro terugbetalen aan de staat. De rechtbank Noord-Nederland legde hem op 27 maart 2026 een ontnemingsmaatregel op, waarmee crimineel verdiend geld wordt afgenomen.
De man werkte samen met een medeverdachte die slachtoffers bedreigde en chantageerde om ze te dwingen geld over te maken via Tikkie. De veroordeelde stelde daarvoor zijn bankrekening ter beschikking, maakte zelf Tikkie-betaalverzoeken aan en pinde het binnengekomen geld. Van het opbrengst mocht hij twintig procent houden. In de periode van mei 2022 tot en met september 2022 stroomde via 248 Tikkie-betalingen in totaal ruim 25.000 euro zijn rekening binnen.
De officier van justitie wilde het volledige bedrag van zijn aandeel van twintig procent — ruim 5.100 euro — terugeisen. De verdediging betwistte dit en stelde dat slechts een klein deel van de Tikkie-betalingen aantoonbaar crimineel van aard was. Bovendien voerde de raadsman aan dat de man feitelijk maar een vijfde van dat kleinere bedrag had ontvangen, wat zou neerkomen op slechts 220 euro. Ook vroeg de verdediging om een korting vanwege het te lang duren van de procedure.
De rechtbank volgde het standpunt van de officier van justitie grotendeels. Ze oordeelde dat het volledige bedrag van de Tikkie-betalingen als wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden beschouwd. De man had tegenover de politie zelf verklaard dat hij en zijn medeverdachte 'heel veel mensen hebben opgelicht', en hij gaf geen alternatieve verklaring voor de betalingen op zijn rekening. Van de totale opbrengst van ruim 25.600 euro ontving de veroordeelde twintig procent: 5.123,60 euro.
Op de overschrijding van de redelijke termijn — de procedure duurde te lang — ging de rechtbank niet verder in. Die overschrijding was al meegewogen bij het opleggen van de gevangenisstraf in de bijbehorende strafzaak. De rechtbank volstond daarom met de vaststelling dat artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens was geschonden, zonder verdere vermindering toe te passen.
Wel trok de rechtbank het bedrag van 150 euro af dat als materiële schadevergoeding was toegekend aan een slachtoffer, om te voorkomen dat de man hetzelfde bedrag tweemaal zou moeten betalen. Daarmee komt de betalingsverplichting uit op 4.973,60 euro. Als de man dit bedrag niet betaalt, kan hij maximaal 99 dagen worden gegijzeld.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNNE:2026:287, Rechtbank Noord-Nederland, 03-02-2026, 17-080010-96
Rechtbank Noord-Nederland · Strafrecht; Penitentiair Strafrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1645, Rechtbank Den Haag, 02-02-2026, NL25.60431
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:493, Rechtbank Den Haag, 13-01-2026, NL25.38157
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:286, Rechtbank Den Haag, 09-01-2026, NL25.53937
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 maart 2026
Instantie
Rechtbank Noord-NederlandRechtsgebied
Strafrecht; Materieel StrafrechtZaaknummer
18/285504-23 ontneming
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:974