Groningse man veroordeeld voor afpersing via motorclub-identiteit — RBNNE:2026:975
afpersing / chantage / witwassen / onrechtmatig verkregen bewijs
Eiser / verzoeker
Openbaar Ministerie
Verweerder / gedaagde
Verdachte
Verdachte veroordeeld voor afpersing (feit 1 primair), chantage (feit 2) en witwassen (feit 3) en kreeg een gevangenisstraf van 18 maanden opgelegd.
- Inbeslagname van de telefoon tijdens drugsonderzoek was rechtmatig op basis van artikel 96 lid 1 Sv, maar verdere doorzoeking gericht op afpersingsfeiten vereiste uitbreiding van de machtiging door de rechter-commissaris.
- Verpakkingen van simkaarten en handgeschreven telefoonlijsten uitgesloten van bewijs wegens onrechtmatige inbeslagname.
- Uitlezen van de telefoon zonder toestemming rechter-commissaris onrechtmatig op grond van het Landeck-arrest van het Hof van Justitie EU.
- Ondanks bewijsuitsluiting van onrechtmatig verkregen materiaal achtte de rechtbank de afpersing, chantage en witwassen wettig en overtuigend bewezen op basis van overig bewijsmateriaal.
- Verdachte veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf voor afpersing van meerdere slachtoffers, chantage via dreigement met openbaring van seksuele chatgesprekken, en witwassen.
Samenvatting
Een man uit Hoogezand stond terecht voor een reeks afpersingen waarbij hij zich voordeed als lid van een motorclub. Via WhatsApp-berichten met dreigende teksten en fysiek intimiderende bezoeken wist hij meerdere slachtoffers geld afhandig te maken. Ook werd hij ervan beschuldigd mensen te hebben gechanteerd met seksueel getinte chatgesprekken van een datingsite.
De zaak kende een ingewikkelde juridische aanloop. De politie doorzocht de woning van de verdachte oorspronkelijk in het kader van een drugsonderzoek. Daarbij vonden agenten een niet-vergrendelde telefoon onder de bank, waarop een opvallend account zichtbaar was. Die inbeslagname was volgens de rechtbank rechtmatig: agenten mogen bij een doorzoeking gegevensdragers meenemen en mochten controleren of het toestel aanstond en ontgrendeld was.
Maar daarna ging het mis. Zodra de politie aanwijzingen vond die wezen op de afpersingen in deze zaak, had zij de rechter-commissaris moeten vragen om de doorzoeking uit te breiden. Dat verzuimde de politie. Daardoor werden verpakkingen van prepaid simkaarten en handgeschreven lijsten met telefoonnummers onrechtmatig in beslag genomen en sloot de rechtbank dat bewijsmateriaal uit. Ook het uitlezen van de telefoon bleek problematisch: op basis van Europese rechtspraak (het zogenoemde Landeck-arrest) geldt dat bij een meer dan beperkte inbreuk op de privacy, de rechter-commissaris vooraf toestemming moet geven. Die toestemming ontbrak, waardoor ook het telefoononderzoek als onrechtmatig werd aangemerkt.
De verdediging betoogde dat deze gebreken moesten leiden tot vrijspraak voor alle feiten. De raadsman stelde bovendien dat zijn cliënt slechts een bijrol speelde — hij zou telefoonnummers hebben verzameld en simkaarten hebben doorgegeven in ruil voor drugs, en zou niet de grote man achter de afpersingen zijn geweest. Voor feit 2, de chantage via de datingsite, was volgens de verdediging alleen de verklaring van een medeverdachte als bewijs beschikbaar, wat onvoldoende zou zijn.
De officier van justitie eiste veroordeling voor de primaire variant van de afpersing (feit 1), de chantage (feit 2) en witwassen (feit 3). Het totaalbedrag dat in de tenlastelegging wordt genoemd als criminele opbrengst bedraagt ruim 27.000 euro, waarvan een aanzienlijk deel via de bankrekening van een medeverdachte liep.
De rechtbank hield de onrechtmatig verkregen bewijsstukken buiten beschouwing maar achtte op basis van het overige beschikbare bewijs — waaronder verklaringen van slachtoffers en andere onderzoeksbevindingen — de feiten toch in overwegende mate bewezen. De verdachte werd veroordeeld voor de afpersing van meerdere slachtoffers, de chantage en witwassen. De rechtbank legde hem een gevangenisstraf op van achttien maanden.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNNE:2026:287, Rechtbank Noord-Nederland, 03-02-2026, 17-080010-96
Rechtbank Noord-Nederland · Strafrecht; Penitentiair Strafrecht
ECLI:NL:RBNNE:2026:22, Rechtbank Noord-Nederland, 08-01-2026, 18.303229.22
Rechtbank Noord-Nederland · Strafrecht; Materieel Strafrecht
ECLI:NL:RBNNE:2025:5183, Rechtbank Noord-Nederland, 16-12-2025, 18/113266-25
Rechtbank Noord-Nederland · Strafrecht; Materieel Strafrecht
ECLI:NL:RBNNE:2025:4656, Rechtbank Noord-Nederland, 12-11-2025, 18.300274.24
Rechtbank Noord-Nederland · Strafrecht; Materieel Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 maart 2026
Instantie
Rechtbank Noord-NederlandRechtsgebied
Strafrecht; Materieel StrafrechtZaaknummer
18/285502-23
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:975