Hoevepacht afgewezen: bedrijfsgebouwen buiten pachtcontract vallen — RBNNE:2026:979
pachtrecht / hoevepacht / geliberaliseerde pacht / ontruiming
Eiser / verzoeker
Twee melkveehouders (eiser sub 1 en eiser sub 2)
Verweerder / gedaagde
Wildervank Vastgoed B.V.
De vorderingen van eisers (hoevepacht) worden afgewezen; WVG's reconventionele vorderingen worden toegewezen: eisers moeten het bedrijf ontruimen op straffe van €2.500 dwangsom per dag en zijn €750 per hectare per jaar gebruiksvergoeding verschuldigd vanaf 1 januari 2025.
- De pachtkamer oordeelt dat de bedrijfsgebouwen niet onder de pachtovereenkomst vallen: in de leveringsakte is uitdrukkelijk bepaald dat het gebruik van de gebouwen om niet en los van de pacht plaatsvindt.
- De geliberaliseerde pachtovereenkomsten omschrijven het gepachte object expliciet als 'landbouwgrond'; de arcering van gebouwen in bijlagen is onvoldoende om hoevepacht aan te nemen.
- De vijfjarige pachtperiode eindigde op 31 december 2024 conform de nadere overeenkomst uit 2019; daarmee eindigt ook het gebruiksrecht van de gebouwen.
- WVG's reconventionele vorderingen worden toegewezen: ontruiming opgelegd met dwangsom van €2.500 per dag en gebruiksvergoeding van €750/ha/jaar vanaf 1 januari 2025.
- De vordering tot vaststelling van hoevepacht wordt volledig afgewezen omdat niet aan de wettelijke vereisten daarvoor is voldaan.
Samenvatting
Een melkveehouder en zijn partner raakten verwikkeld in een juridisch geschil met het Amsterdamse vastgoedbedrijf Wildervank Vastgoed B.V. (WVG) over de aard van hun pachtrelatie. De kern van de zaak: hadden de boeren een hoevepachtovereenkomst — waarbij zowel grond als bedrijfsgebouwen onder pachtbescherming vallen — of slechts een geliberaliseerde pachtovereenkomst voor de landbouwgrond?
Het voorgeschiedenis begint in 2019. De melkveehouders verkochten hun bedrijf, inclusief ruim 62 hectare grond en bedrijfsgebouwen, aan een vastgoedpartij die plannen had voor een zonnepark. In de koopovereenkomst en een nadere overeenkomst werd vastgelegd dat de familie na de overdracht het land kon blijven pachten voor €750 per hectare per jaar, tot het moment dat een omgevingsvergunning voor het zonnepark zou worden verleend — met een maximum van vijf jaar. De bedrijfsgebouwen mochten om niet (gratis) worden gebruikt, en dat gebruik zou eindigen zodra de pachtovereenkomst afliep.
Tussen 2021 en 2024 werden jaarlijks schriftelijke geliberaliseerde pachtovereenkomsten afgesloten voor de grond. De grondkamer keurde deze overeenkomsten goed. In de bijlagen bij de overeenkomsten waren zowel de percelen als de bedrijfsgebouwen rood gearceerd aangeduid als 'het gepachte'. De boeren argumenteerden dat dit bewijs was dat partijen altijd de bedoeling hebben gehad de gebouwen mee te verpachten. Als dat het geval was, zou er sprake zijn van hoevepacht, met aanzienlijk sterkere huurbescherming.
De kantonrechter — zittend als pachtkamer — ging daar niet in mee. Uit de leveringsakte van december 2019 bleek onomwonden dat het gebruik van de gebouwen uitdrukkelijk om niet was verleend en los stond van de pacht. De pachtovereenkomsten zelf omschreven het gepachte object bovendien expliciet als 'landbouwgrond', niet als een bedrijfscomplex inclusief gebouwen. De arcering in de bijlagen was onvoldoende om die duidelijke contractuele afspraken opzij te schuiven.
WVG had ondertussen in reconventie een tegenclaim ingediend. Het bedrijf wilde een verklaring voor recht dat de boeren het terrein zonder recht of titel in gebruik hebben gehad sinds 1 januari 2025, een vergoeding van €750 per hectare per jaar voor dat gebruik, en ontruiming van het gehele perceel inclusief gebouwen — op straffe van een dwangsom van €2.500 per dag bij niet-nakoming.
De pachtkamer wees de hoofdvordering van de boeren — erkenning van hoevepacht — af. De vijfjarige geliberaliseerde pachtovereenkomst voor de grond was per 31 december 2024 geëindigd, en ook het gebruiksrecht van de gebouwen liep daarmee af. De reconventionele vorderingen van WVG werden toegewezen: de boeren moeten het volledige bedrijf ontruimen en ter vrije beschikking stellen van WVG, en zijn een gebruiksvergoeding van €750 per hectare per jaar verschuldigd over de periode dat zij het terrein na 1 januari 2025 nog in gebruik hebben gehad.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNNE:2025:2805, Rechtbank Noord-Nederland, 16-07-2025, C/17/189456 HA ZA 23-122
Rechtbank Noord-Nederland · Civiel Recht
ECLI:NL:GHARL:2024:4221, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25-06-2024, 200.320.621/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2023:13595, Rechtbank Den Haag, 06-09-2023, C/09/637683 / HA ZA 22-930
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBNHO:2023:6966, Rechtbank Noord-Holland, 16-03-2023, 336250 / KG ZA 23-40
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
31 maart 2026
Instantie
Rechtbank Noord-NederlandRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
11695642 \ CV EXPL 25-2554
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:979