ECLI:NL:RBOBR:2019:4987, Rechtbank Oost-Brabant, 21-08-2019, C-01-339594 - HA ZA 18-713 — RBOBR:2019:4987
Samenvatting
Verkapte exequaturprocedure in conventie; aan de orde is de vraag of een Amerikaans vonnis in Nederland kan worden erkend. Beoordeling aan de hand van de Gazprom-criteria. De vordering wordt afgewezen, omdat de bevoegdheid van de Amerikaanse rechter niet berust op een bevoegdheidsgrond die naar internationale maatstaven algemeen aanvaardbaar is. In reconventie is vervolgens allereerst aan de orde de vraag of de gelegde beslagen moeten worden opgeheven. De rechtbank wijst die vordering af. De enkele afwijzing van de vordering van de beslaglegger door de bodemrechter in eerste aanleg is onvoldoende. Ook in dat geval moet een belangenafweging worden gemaakt. Die valt hier uit in het voordeel van de beslaglegger. Wel acht de rechtbank de beslaglegger aansprakelijk uit hoofde van onrechtmatige beslaglegging. Uitgangspunt is immers dat degene die beslag legt op eigen risico handelt en de door het beslag geleden schade moet vergoeden indien het beslag ten onrechte blijkt te zijn gelegd. De beslaglegger heeft geen bijzondere omstandigheden gesteld om van deze hoofdregel te kunnen afwijken.
Betrokken advocaten
mr. J.K. van Hezewijk te Amsterdam
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBOBR:2020:1003, Rechtbank Oost-Brabant, 12-02-2020, C-01-346861 - HA ZA 19-354
Rechtbank Oost-Brabant · Civiel Recht
ECLI:NL:GHSHE:2019:200, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 22-01-2019, 200.199.796_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht
ECLI:NL:RBOBR:2018:5905, Rechtbank Oost-Brabant, 28-11-2018, C/01/328169 / HA ZA 17-792
Rechtbank Oost-Brabant · Civiel Recht
ECLI:NL:RBOVE:2018:3329, Rechtbank Overijssel, 22-08-2018, C/08/202531 / HA ZA 17-259
Rechtbank Overijssel · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
21 augustus 2019
Instantie
Rechtbank Oost-BrabantRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
C-01-339594 - HA ZA 18-713
Procedure
Op tegenspraak
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2019:4987