ECLI:NL:RBOBR:2020:741, Rechtbank Oost-Brabant, 12-02-2020, C/01/341593 / HA ZA 18-855 — RBOBR:2020:741
Samenvatting
Contradictoir. aansprakelijkheid advocatenkantoor, klachtplicht. Voor het beroep op de klachtplicht is allereerst van belang wanneer eiseres de tekortkomingen heeft ontdekt, of redelijkerwijze had moeten ontdekken. De rechtbank is van oordeel dat eiseres de vermeende gebreken in ieder geval kort na 22 juli 2015 had moeten ontdekken. Op 22 juli 2015 heeft de rechtbank Amsterdam eindvonnis gewezen in de zaak tussen eiseres en I. Op dat moment werd eiseres bijgestaan door advocatenkantoor (naam advocatenkantoor), een professionele en deskundige partij die op de hoogte is, of zou moeten zijn, van de zorgplicht van gedaagde. Na het voor eiseres negatieve vonnis van de rechtbank Amsterdam was er aanleiding voor eiseres, bijgestaan door (naam advocatenkantoor), om te onderzoeken of gedaagde haar zorgplicht jegens eiseres had nageleefd. Eiseres had daar enige tijd voor mogen nemen, maar van haar kon toch wel worden verwacht dat zij uiterlijk binnen 3 maanden haar onderzoek hiernaar had voltooid. Omstandigheden op grond waarvan de conclusie kan worden getrokken dat eiseres meer tijd nodig had gehad voor dit onderzoek, zijn gesteld noch gebleken. Mocht eiseres pas in 2018 bekend zijn geworden met het gehele dossier, dan komt dit voor haar rekening en risico. Als zij niet bekend was met de gevoerde procedure bij de rechtbank Amsterdam en met de uitkomst daarvan en de eventuele schikkingsonderhandelingen in 2008 omdat zij A, dan wel een ander, had gevolmachtigd, dan komt de omstandigheid dat de gevolmachtigde haar niet heeft geïnformeerd voor rekening en risico van eiseres.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:648, Raad van State, 04-02-2026, 202404895/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBROT:2026:1157, Rechtbank Rotterdam, 03-02-2026, 10-169779-24
Rechtbank Rotterdam · Strafrecht
ECLI:NL:RBROT:2026:688, Rechtbank Rotterdam, 21-01-2026, 10.160796.25
Rechtbank Rotterdam · Strafrecht
ECLI:NL:RBROT:2026:690, Rechtbank Rotterdam, 21-01-2026, 10.230117.24
Rechtbank Rotterdam · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
12 februari 2020
Instantie
Rechtbank Oost-BrabantRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
C/01/341593 / HA ZA 18-855
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2020:741