ECLI:NL:RBOBR:2022:103, Rechtbank Oost-Brabant, 19-01-2022, C/01/372615 / HA ZA 21-463 — RBOBR:2022:103
Samenvatting
Internationale bevoegdheid / relatieve bevoegdheid / beroep op artikel 6 EVRM, oneerlijk proces. Bevoegdheidsincident. Betreft een zaak van een Nederlandse persoon (eiseres in hoofdzaak) tegen een Cypriotische aanbieder van Contracts for Difference (CfD's) (gedaagde in hoofdzaak). Omdat de vorderingen van eiseres, die voornamelijk zijn gebaseerd op het leerstuk van oneerlijke handelspraktijken, een duidelijke contractuele grondslag hebben, althans onlosmakelijk met de door partijen gesloten overeenkomst zijn verbonden, kan de Cypriotische aanbieder niet met succes een beroep doen op bevoegdheid van de Cypriotische rechter op grond van artikel 7 lid 2 EEX-Vo II. De rechtbank is verder van oordeel dat eiseres een "consument" is in de zin van artikel 17 EEX-Vo II. Eiseres (gepensioneerd) deed de beleggingen om meer rendement uit haar spaargeld (privévermogen) te halen. Geen aanknopingspunt om aan te nemen dat zij beroeps- of bedrijfsmatig handelde. Omdat sprake is van een consumentenovereenkomst, is de forumkeuze voor de Cypriotische rechter niet geldig. De Nederlandse rechter is dus bevoegd in de hoofdzaak. Relatief bevoegd is de rechter van de woonplaats van eiseres (artikel 18 lid 1 EEX-Vo). Op het uitgebrachte exploot van dagvaarding staat Leiden vermeld als de woonplaat van eiseres, en daar stond zij op die datum ook ingeschreven bij de gemeente. De rechtbank Oost-Brabant is daarom niet relatief bevoegd. De rechtbank ziet in het beroep van de CfD-aanbieder op mogelijke schending van artikel 6 EVRM geen reden tussentijds hoger beroep open te stellen. Er zijn meerdere procedures tegen CfD-aanbieders aanhangig waarin veelal dezelfde onderwerpen spelen, daarover vindt binnen en tussen rechtbanken kennisdeling plaats. Er vindt geen coördinatie plaats naar een bepaalde uitkomst toe. Elke zaak wordt op de eigen merites beoordeeld en de rechtbank is dan ook vrij om onafhankelijk en onpartijdig een beslissing te nemen in deze zaak.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:7713, Rechtbank Den Haag, 12-03-2025, C/09/678896 / KG ZA 25-53
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBOVE:2024:2578, Rechtbank Overijssel, 17-05-2024, C/08/314376 / KG ZA 24-108
Rechtbank Overijssel · Civiel Recht
ECLI:NL:RBGEL:2024:1564, Rechtbank Gelderland, 21-03-2024, C/05/433175 / KZ ZA 24-40
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht
ECLI:NL:RBAMS:2022:3365, Rechtbank Amsterdam, 02-06-2022, C/13/717724 / KG ZA 22-428 HH/MAH
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
19 januari 2022
Instantie
Rechtbank Oost-BrabantRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
C/01/372615 / HA ZA 21-463
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2022:103