Juristi.nl
ECLI:NL:RBOBR:2022:1398Civiel Recht

ECLI:NL:RBOBR:2022:1398, Rechtbank Oost-Brabant, 05-04-2022, C/01/379284 / KG ZA 22-75 — RBOBR:2022:1398

Samenvatting

Kort geding. Vordering op grond van artikel 3:270, lid 4 BW. Nu zowel eiser (beslaglegger) als de hypotheekhouder beiden gemotiveerd aanspraak maken op (een deel van) de executie opbrengst en niet op voorhand kan worden gezegd dat de stellingen van eiser geen enkele kans van slagen hebben, ziet de voorzieningenrechter aanleiding te bepalen dat de notaris de executieopbrengst niet aan de hypotheekhouder overeenkomstig zijn verklaring uitkeert, alvorens daarover in een rangregeling procedure is beslist.

Betrokken advocaten

mr. R.J.G. Mengelberg

eiser

Courtine, BUSSUM

mr. P.W.H. Stassen

eiser

Stassen & Kemps Advocaten, EINDHOVEN

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

5 april 2022

Rechtsgebied

Civiel Recht

Zaaknummer

C/01/379284 / KG ZA 22-75

Procedure

Kort geding

ECLI

ECLI:NL:RBOBR:2022:1398

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter beëindigt huur woonbootligplaats in Eindhovens industriekanaal
Rechtbank Oost-Brabant·2 april 2026
Civiel Recht
Gemeente Eindhoven mag woonbootbewoner uit Afwateringskanaal zetten
Rechtbank Oost-Brabant·2 april 2026
Civiel Recht
Chirurg-in-opleiding verloor kans op carrière door wrongful birth MMC
Rechtbank Oost-Brabant·26 maart 2026
Civiel Recht
Rechter buigt zich over royement jonge handballers na douchemandaat
Rechtbank Oost-Brabant·26 maart 2026
Civiel Recht