ECLI:NL:RBOBR:2023:1963, Rechtbank Oost-Brabant, 21-04-2023, 01/865106-17 — RBOBR:2023:1963
Samenvatting
Verdachte en zijn mededader hebben zich schuldig gemaakt aan (pogingen tot) oplichting door telkens onder een valse naam en een valse hoedanigheid bij diverse bedrijven goederen te bestellen zonder die goederen te betalen. Verdachte en zijn mededader hebben daarbij misbruik gemaakt van de bedrijfsnamen van twee gerenommeerde bedrijven. Om de oplichtingen te kunnen laten slagen, hebben verdachte en zijn mededader gebruik gemaakt van valse of vervalste documenten die zij hebben voorzien van de naam en de handtekening van bevoegde personen uit de top van die bedrijven. De onder feit 1 bewezen verklaarde voltooide oplichtingen hebben voor de betrokken bedrijven een nadeel van ruim 1,8 miljoen euro opgeleverd. De onder feit 2 bewezen verklaarde pogingen tot oplichting zien op een potentieel schadebedrag van bijna 58 miljoen euro. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Ter compensatie van de overschrijding van de redelijke termijn bedoeld in artikel 6 van het EVRM heeft de rechtbank die gevangenisstraf gematigd van 54 maanden naar 48 maanden.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBOBR:2025:3122, Rechtbank Oost-Brabant, 03-06-2025, 82/269294-23
Rechtbank Oost-Brabant · Strafrecht
ECLI:NL:RBOBR:2025:3121, Rechtbank Oost-Brabant, 03-06-2025, 82/269387-23
Rechtbank Oost-Brabant · Strafrecht
ECLI:NL:RBOBR:2025:3118, Rechtbank Oost-Brabant, 03-06-2025, 82/123994-22
Rechtbank Oost-Brabant · Strafrecht
ECLI:NL:RBOBR:2024:6447, Rechtbank Oost-Brabant, 19-12-2024, 01.127180.22
Rechtbank Oost-Brabant · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
21 april 2023
Instantie
Rechtbank Oost-BrabantRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
01/865106-17
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2023:1963