ECLI:NL:RBOBR:2023:3695, Rechtbank Oost-Brabant, 20-07-2023, 22/271 — RBOBR:2023:3695
Samenvatting
Uit de overwegingen van de verzekeringsarts B&B wordt afgeleid dat deze de bedrijfsarts volgt in zijn afwegingen of re-integratie van de werknemer haalbaar was, waarbij de uitkomst van die afwegingen steeds is geweest dat de werknemer de stress niet aankon. De vermelding dat er marginale mogelijkheden zijn en de vaststelling van de belastbaarheid kunnen niet los gezien worden van de overwegingen van de verzekeringsarts B&B. Hoewel ook bij beperkte arbeidsmogelijkheden naar vaste rechtspraak van de CRvB van een werkgever gevergd kan worden dat hij binnen de bestaande mogelijkheden re integratie inspanningen verricht, wordt in dit geval een duidelijke ondergrens bereikt. Het gegeven dat de verzekeringsarts B&B zich schaart achter de afwegingen van de bedrijfsarts dat re-integratie steeds niet haalbaar is geweest, maakt dat verdere re-integratie-inspanningen van eiseres in redelijkheid niet van haar konden worden verwacht. De loonsanctie is ten onrechte opgelegd.
Betrokken advocaten
mr. B.N. van Driel
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBOBR:2026:723, Rechtbank Oost-Brabant, 04-02-2026, 25/758
Rechtbank Oost-Brabant · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBGEL:2026:332, Rechtbank Gelderland, 16-01-2026, ARN 24/3341
Rechtbank Gelderland · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
ECLI:NL:CRVB:2026:59, Centrale Raad van Beroep, 13-01-2026, 21/4485 WIA-T
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2026:55, Centrale Raad van Beroep, 13-01-2026, 22/2396 WIA
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
20 juli 2023
Instantie
Rechtbank Oost-BrabantRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
22/271
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2023:3695