Juristi.nl

ECLI:NL:RBOBR:2023:709, Rechtbank Oost-Brabant, 21-02-2023, 22/1305 — RBOBR:2023:709

Samenvatting

Het beroep is gegrond, omdat het bestreden besluit niet is voorzien van een deugdelijke motivering voor zover dit ziet op de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar tegen besluit 1. Het bestreden besluit wordt in zoverre vernietigd. De rechtbank ziet echter aanleiding om de rechtsgevolgen van het vernietigde deel van het bestreden besluit in stand te laten, omdat verweerder ter zitting het bestreden besluit alsnog van een deugdelijke motivering heeft voorzien en het bezwaar tegen besluit 1 evenwel terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Daarnaast heeft de rechtbank het beroep beoordeeld tegen de terugvordering over de periode van 11 juni 2021 tot en met 31 augustus 2021 en daarnaast de intrekking en terugvordering over de periode van 1 maart 2021 tot en met 10 juni 2021. De rechtbank is van oordeel dat verweerder heeft kunnen vaststellen dat eiser zijn inlichtingenplicht heeft geschonden door onjuist of onvolledig te verklaren over zijn uitgaven ten aanzien van zijn levensonderhoud. Vervolgens heeft verweerder kunnen concluderen dat als gevolg hiervan eisers recht op bijstand niet meer is vast te stellen. De rechtbank is om die reden van oordeel dat de intrekking en de terugvordering over de periode 1 maart 2021 tot en met 10 juni 2021 in stand kunnen blijven. De rechtbank concludeert daarnaast dat de door eiser overgelegde administratie niet klopt met de waarnemingen en dat de administratie op sommige punten ook onderling is strijd is. Er kan dus niet worden uitgegaan van de juistheid van de administratie. Verweerder heeft daarom terecht geconcludeerd dat eisers recht op bijstand over de gehele periode van 11 juni 2021 tot en met 31 augustus 2021 niet is vast te stellen. Daarnaast kan verweerder het recht van eiser op bijstand ook niet schattenderwijs vaststellen, want eiser heeft geen enkel aanknopingspunt gegeven om tot een schatting te komen. Eiser blijft namelijk alles ontkennen en heeft ook niet van de gelegenheid gebruik gemaakt om verweerder juiste informatie te verschaffen over hoeveel uur hij extra heeft gewerkt. Verweerder heeft daarom de terugvordering kunnen vaststellen ter hoogte van de door eiser ontvangen bijstand over de periode van 11 juni 2021 tot en met 31 augustus 2021.

Betrokken advocaten

mr. W. Nass

eiser

mr. P. Haex

eiser

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

21 februari 2023

Zaaknummer

22/1305

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBOBR:2023:709

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBOBR:2026:1923
Rechtbank Oost-Brabant·25 maart 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Dienst Toeslagen terecht ex-partner als fiscaal partner aangemerkt
Rechtbank Oost-Brabant·25 maart 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
RBOBR:2026:1924
Rechtbank Oost-Brabant·25 maart 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
RBOBR:2026:1870
Rechtbank Oost-Brabant·23 maart 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
RBOBR:2026:1840
Rechtbank Oost-Brabant·23 maart 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht