Juristi.nl
ECLI:NL:RBOBR:2024:1055Bestuursrecht; Omgevingsrecht

ECLI:NL:RBOBR:2024:1055, Rechtbank Oost-Brabant, 15-03-2024, 24/817 en 24/1480 — RBOBR:2024:1055

Samenvatting

Het college heeft handhavend opgetreden tegen de bewoning van een bedrijfspand omdat de bewoning in strijd is met het bestemmingsplan en daarmee met artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo. Het college heeft een last onder bestuursdwang opgelegd die inhoudt dat de bewoner de bewoning moet staken en dus uit het pand moet vertrekken. De bewoner is het daar niet mee eens en doet een beroep op artikel 8 van het EVRM (woonrecht) dat volgens hem door het college met het opleggen van de last onder bestuursdwang is geschonden. De voorzieningenrechter wijst dat beroep af. Volgens de voorzieningenrecht woont eiser daarvoor nog maar kort in het pand (vanaf november 2023) en staat het pand ook niet zo lang leeg. Gegeven de relatief korte duur dat het pand wordt bewoond en het leeg staat, vindt de voorzieningenrechter dat de algemene belangen van het college om handhavend op te treden voldoende zwaarwegend zijn om de last onder bestuursdwang op te leggen. De belangen van het college bestaan uit handhaving van het bestemmingsplan, het vrij houden van de beperkte ruimte die beschikbaar is voor de vestiging van bedrijven en het voorkomen van (geluids)overlast. De voorzieningenrechter onderkent dat de last negatieve gevolgen voor eiser heeft. Daarmee is het handhavend optreden echter niet onevenredig. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter dat eiser, door een pand te gaan bewonen waarvan hij wist dat hij geen toestemming had voor de bewoning, welbewust het risico heeft genomen dat het op enig moment zou worden beëindigd. Wel ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de begunstigingstermijn te verlengen tot vier weken na verzending van de uitspraak. Op die manier is eiser nog in de gelegenheid om op zoek te gaan naar een tijdelijke verblijfplaats. Eiser heeft in dat verband laten weten niet actief op zoek te zijn naar een vaste woon- of verblijfplaats. Eén en ander betekent dat het college wel handhavend mag optreden tegen de bewoning van het pand door eiser maar nog vier weken moet wachten met de uitvoering van de last.

Betrokken advocaten

mr. M.F. van Hulst

eiser

Sticht advocatuur, UTRECHT

mr. P.J. van der Woerd

eiser

AKD, ROTTERDAM

mr. H. Azarkan

eiser

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

15 maart 2024

Zaaknummer

24/817 en 24/1480

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBOBR:2024:1055

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Woonwagen vrouw in Son en Breugel krijgt drie weken uitstel van verwijdering
Rechtbank Oost-Brabant·3 april 2026
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Rechter wijst verzoek af om woningbouwproject stil te leggen voor natuur
Rechtbank Oost-Brabant·1 april 2026
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Rechter vernietigt te soepele stikstofnorm voor Dow-complex in Terneuzen
Rechtbank Oost-Brabant·31 maart 2026
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Rechter staat invordering €50.000 dwangsom toe bij vakantiepark Asten
Rechtbank Oost-Brabant·30 maart 2026
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Rechtbank laat omgevingsvergunning mestbewerkingsinstallatie in stand
Rechtbank Oost-Brabant·27 maart 2026
Bestuursrecht; Omgevingsrecht